Ferdinand Verbiest: bruggenbouwer en kameleon in China
- Alex Van Egmond

- 14 nov 2025
- 11 minuten om te lezen

Al eerder schreef ik over de Nestorianen, die zich in de vijfde eeuw na Christus vestigden langs de Zijderoute. Ondanks de steun van Tang-keizer Taizong en Mongoolse heerser Kublai Khan bleef hun invloed beperkt.
Na de val van de Yuan-dynastie in de veertiende eeuw verdwenen ze uit China, maar het Christendom keerde weder in de late zestiende eeuw, toen in het jaar 1582 een groep jezuïeten verscheen aan het hof.
De groep stond onder leiding van de bekende Italiaanse missionaris Matteo Ricci en de missie was hun doel. Het werd het begin van een intensieve uitwisseling op het hoogste niveau, waarbij Ricci de weg voor latere missies effende, zoals die van Ferdinand Verbiest.
In 1659 arriveerde deze Vlaamse pater in China om de komende dertig jaar indruk te maken aan het hof met zijn astronomische en wiskundige kennis. In dit artikel een introductie van de Jezuïeten-missie in China en het leven van Verbiest.
Tekst: Alex van Egmond
Ferdinand Verbiest werd geboren op 9 oktober 1623 in Pittem, België, dichtbij Kortrijk, in een intellectuele familie. Zijn vader begon zijn loopbaan als meester op de Latijnse school in Tielt en werd later in 1622 aangesteld als schuldbemiddelaar in Pittem.

Zijn moeder had goede relaties met vooraanstaande families in Brugge. Hij trad in 1641 toe tot de Jezuïetenorde op de jonge leeftijd van achttien jaar, nadat hij had gestudeerd in Leuven en Mechelen.
Verbiest werd daar geschoold in theologie, filosofie en wiskunde. Een oom van zijn vader, John, was een Fransciscaner monnik die Jerusalem en de berg Sinaï met eigen ogen had aanschouwd.
De verre reizen van oom John, moeten de reislust van de jonge Verbiest hebben aangewakkerd. In eerste instantie wilde hij op missie naar Zuid-Amerika, maar zijn verzoek werd tot twee keer afgewezen door de sociëteit.
En toen de tijd rijp was voor uitzending, lagen de Spaanse autoriteiten dwars die een missionaris van vreemde afkomst niet in hun veroverde gebieden wilden toelaten.
Vijftien jaar na zijn toetreden tot de orde stemde Verbiest in met een alternatieve missie naar China.
De weg was al geëffend door Matteo Ricci en de Duitse jezuïet Johann Adam Schall von Bell (1582-1666). Schall wist een vertrouweling te worden van de jonge Qing-keizer Shunzhi en dit resulteerde in 1645 tot een benoeming als hoofd van het Astronomisch bureau.
Schall introduceerde een aangepaste versie van de Chinese kalender en baseerde zich daarbij op laatste ontwikkelingen uit de westerse wetenschap. Mannen met wetenschappelijke kennis, vooral op het gebied van sterrenkunde, waren in trek in China en Verbiest was daardoor een goede keus.
In 1659, na een moeizame reis van twee jaar, arriveerde hij in Macau. Allereerst werd hij gezonden naar de provincie Shanxi, waar hij de taal leerde en zich bezighield met missie-activiteiten. Hij nam de Chinese naam Nán Huáirén (南懷仁) aan.
Lang zou zijn tijd in Shanxi niet duren, want hij werd al na tien maanden naar Peking geroepen door Schall. De wiskundige en sterrenkundige kennis die Verbiest bezat, zag Schall wel zitten en hij werd al snel een gewaardeerde adviseur aan het keizerlijke hof van de Qing-dynastie.
Als astronoom speelde Verbiest een belangrijke rol bij het kalibreren en verbeteren van de Chinese kalender. Hij gebruikte zijn kennis van westerse astronomie en wiskunde om nauwkeurige voorspellingen van zons- en maansverduisteringen te doen.
Verbiest introduceerde ook nieuwe astronomische instrumenten en methoden, zoals de armillairsfeer, om de Chinese astronomen te helpen bij hun waarnemingen. Naast zijn werk op het gebied van astronomie was Verbiest ook betrokken bij technologische projecten.
Verbiests prestaties droegen bij aan zijn reputatie als een gerespecteerde wetenschapper en ingenieur in China.
Ferdinand Verbiest overleed op 28 januari 1688, waarschijnlijk aan de nasleep van een val van zijn paard in het jaar ervoor. Hij werd met veel eerbetoon begraven op de Zhalan begraafplaats van de Jezuïeten in Peking.
Kameleon
Om succes te behalen in China pasten de jezuïeten de methode van 'aanpassing' toe, waarbij ze elementen van de Chinese cultuur en taal gebruikten om het christendom te verspreiden en begrijpelijk te maken voor de lokale bevolking.

Deze kameleonistische benadering kwam van Matteo Ricci, die in tegenstelling tot eerdere missionarissen, ervoor koos om de Chinese cultuur te omarmen en te begrijpen.
Ricci leerde de Chinese taal grondig, bestudeerde de klassieke Chinese literatuur en nam de gewoonten en gebruiken van de bevolking aan. Deze aanpak stelde hem in staat om diepere relaties op te bouwen en een gevoel van vertrouwen te winnen bij de Chinese elite.
Echter was dit niet genoeg, want het superioriteitsgevoel van de Chinezen zorgde ervoor dat de vreemdelingen, hoezeer ook intrigerend, als domme barbaren werden gezien.
Ricci liet daarom schilderijen overbrengen om visueel duidelijk te maken hoe men in Europa leefde, maar ook westerse technologie werd verscheept, zoals klokken, zonnewijzers en andere instrumenten.
De objecten hadden het gewenste effect en gaandeweg wist Ricci door te dringen tot keizer Wanli. Verbiest deed jaren later hetzelfde. Hij leerde Chinees en hulde zich in het gewaad van een mandarijn.
Begin 1660, het jaar dat Schall Verbiest naar Peking haalde, waren de vooruitzichten gunstig voor de missie in China.
Schall verleende veel status aan zijn benoeming bij het Astronomisch bureau en zo'n 10.000 bekeerlingen per jaar traden toe tot de kerk. In een brief uit 1660 schreef Verbiest optimistisch over de eerbetonen die hem onderweg ten deel vielen:
'In de steden die ik passeerde werd ik steeds bij de uiterste grenzen van het grondgebied opgewacht door acht of tien ruiters met vaandels, trompetten, trommels en bekkens. Wanneer mijn draagstoel in zicht kwam, sprongen zij van hun paarden, vielen op hun knieën en bogen, samen met de vaandels, het hoofd tot op de grond. Onderwijl schreeuwde ze luidkeels en wenste mij geluk op weg naar hun stad'.
Bij aankomst in Peking kreeg Verbiest al snel door dat de Chinezen erg gehecht waren aan hun traditie en dat het succes van de missie stond en viel met goede voorspellingen op astronomisch gebied.

Aangezien de keizer tussen hemel en aarde stond en het mandaat had om te regeren, werd hij geacht controle te hebben over de dagen en maanden. Daarom was nauwkeurige kalenderberekening van cruciaal belang.
Ondanks alle grondwerk door voorgangers als Ricci en Schalls vertrouwelijke relatie met keizer Shunzhi bleven verdachtmakingen en wantrouwen de Jezuïeten-missie plagen.
Toen op 5 februari 1661 de keizer overleed aan de gevolgen van pokken, braken moeilijke tijden aan voor de paters. Het zevenjarige zoontje van Shunzhi werd de nieuwe keizer.
Hij nam de naam Kangxi aan, maar was nog te jong om te regeren, zodat de macht in de handen kwam van een viertal regenten.
Moeilijkheden
Een groep traditionalisten aan het hof bleef wantrouwig tegenover de westerlingen en de wetenschap die ze meebrachten. Veel van hen meenden dat de wetenschappelijke ideeën van de Jezuïeten hun oorsprong hadden in China en daar was wat voor te zeggen.
De Chinezen hadden al een lange traditie in sterrenkunde en kalender-vervaardiging.
Afgezien van de overname van paar verbeteringen stuurden de traditionalisten aan op een verwijdering van westerse technologie uit de Chinese maatschappij.
Daarnaast werden ook de missie-activiteiten van de Jezuïeten met argusogen bekeken. Tussen 1659 en 1669 werd de anti-westerse, xenofobische beweging geleid door Yang Guangxian, een prikkelbare nationalist die eigenlijk geen kaas had gegeten van astronomie.
Aanvallen op de kalender die Schall had ingevoerd hadden weinig zin, daarom richtte Yang zijn pijlen op de barbaarse en onzedelijke gebruiken van de christenen. In schotschriften appelleerde hij aan de patriottische gevoelens van het Chinese volk en bracht hij de ware leer in diskrediet.

De Jezuïeten van hun kant weerlegde de beschuldigingen, maar dit was olie op het vuur van de patriottische gevoelens en in 1664 bracht Yang een zware aanklacht in: samenzwering tegen het rijk en verspreiding van een verderfelijke leer.
Na een wekenlange ondervraging werden Schall, Verbiest en zeven andere beklaagden naar de gevangenis overgebracht, waar ze geketend werden aan zware houten blokken, zodat ze niet konden staan of zitten.
Maanden later, in maart 1665, kregen Schall en zeven andere beklaagden het doodvonnis te horen. Verbiests vonnis was milder: verbanning en honderd stokslagen.
Echter, zover kwam het niet. De 'hemel' besliste anders toen nog voor de executie een komeet werd waargenomen, gevolgd door drie zware aardschokken die gebouwen lieten instorten en de stadsmuur van Peking beschadigde.
Ook in één van de muren rond de Verboden Stad ontstond een grote scheur en vanwege de naschokken moest de jonge keizer noodgedwongen buiten slapen.
Zoveel waarschuwingen kon de keizer en zijn regenten niet negeren en de gevangenen werden vrijgelaten uit het gevang.
Ze waren daarentegen nog geen vrij man en stonden nog jaren onder huisarrest in hun verblijf ten zuidwesten van de Verboden Stad. Voor de 74-jarige Schall was de maandenlange gevangenschap een zware tol op zijn gezondheid en hij overleed in 1666.

Verbiest bleef achter met drie andere paters en probeerden zich zo goed mogelijk te verdedigen tegen de voortdurende beschuldigingen. Het moet gezegd worden dat de Jezuïeten daarbij net zo venijnig met modder gooiden als Yang Guangxian.
Yang, als nieuw benoemd hoofd van het Astronomisch bureau, voerde ondertussen een kalender in volgens de oude methoden, maar zijn voorspellingen waren niet accuraat.
Uiteindelijk gaf keizer Kangxi in 1668 een aantal astronomische testen aan Verbiest om te bepalen welke methode beter was. Bij de laatste beproeving zette de keizer Verbiest tegenover Yang in een soort van duel. Beide heren deden waarnemingen vanaf het observatorium in Peking en sloegen daarna aan het berekenen.
Verbiest slaagde met vlag en wimpel voor deze beproeving en hij bewerkstelligde zo eerherstel voor de jezuïeten. Yang werd uit zijn functie gezet als hoofd. Voortaan werden de inzichten van de Jezuïeten gebruikt bij de kalenderberekening.
Verbiest bleef nauw betrokken bij de kalenderhervormingen en zijn inzet resulteerde in een benoeming tot vice-hoofd van het Astronomisch bureau. Het zou het begin zijn van een bijzondere relatie tussen de pater en de keizer.
Nalatenschap
In de jaren na het incident met Yang Guangxian werd Verbiest regelmatig naar de keizer geroepen om hem te onderwijzen in onder andere astronomie, wiskunde en geografie.
Kangxi had duidelijk interesse in de wereld buiten zijn rijk en Verbiest stond hem maar wat graag ter wille. Stiekem hoopte Verbiest dat de keizer zich zou bekeren tot het christendom, maar zover zou het nooit komen.
De zoon des hemels stond boven God en zo moesten zijn onderdanen dat naleven. Het hoofddoel van de Jezuïeten, het bekeren van de Chinese elite, bleef zodoende buiten schot.
Veel maakte het ook niet uit, want tussen 1661 en 1692 was aanhang winnen en de bouw van nieuwe kerken door de keizer verboden. Alleen westerlingen mochten het geloof belijden binnen de landsgrenzen.
Daarnaast vielen de taken die Verbiest had op het Astronomisch bureau en alle bijkomende formele verplichtingen hem zwaar, In een brief aan een andere pater schreef hij openhartig:
'Hoeveel liever zou ik, als ik zelf kon kiezen, het leven leiden van onze zalige Franciscus Xaverius, te voet de missies doorkruisen en omgaan met de arme christenen, in de plaats van hier de mandarijnen gunstig te moeten stemmen'.
Toch effende Verbiest op zijn manier de weg voor een succesvolle missie, al zou dat pas na zijn dood vruchten afwerpen.
Voor de keizer trad Verbiest naast zijn werkzaamheden als privéleraar ook veel op als adviseur in bouwtechnische zaken, zoals bij de vervaardiging van zes astronomische instrumenten voor het observatorium, waterwerken en het vervaardigen van kanonnen.

De Wusangui-opstand (1673-1681) in de zuidelijke provincies noodde de keizer tot de productie van oorlogstuig. Nota bene, in de vijftig jaar dat Kangxi regeerde werden 905 kanonnen vervaardigd en overzag Verbiest de helft daarvan.
Hij deed hiernaar ook systematisch onderzoek en schreef verhandelingen over de fabricage, waardoor de kwaliteit van kanonnen flink verbeterde.
Verbiest probeerde in eerste instantie onder deze opdracht uit te komen, want oorlogsvoering was niet hetgeen hem naar China bracht.
De keizer wees er fijntjes op dat een nederlaag wellicht nieuwe heersers zou brengen die niet zo gunstig zouden staan ten opzichte van de missionarissen.
Verbiest nam de opdracht dus aan en deed dat ondanks zijn gewetensbezwaren met veel ijver en toewijding. Echter, zuiver wetenschappelijke uitvindingen kunnen niet aan Verbiest worden toegeschreven, daarvoor ontbrak het hem aan tijd door alle taken die hij kreeg toebedeeld aan het hof.
Wetenschap was überhaupt niet het doel voor Verbiest, maar meer een middel om in de gunst te komen bij de elite.
Daarentegen was hij wel zeer creatief en succesvol in het overbrengen van wetenschappelijke kennis, die bijdroeg aan verbetering van voornamelijk astronomische waarnemingen, kanonnen ontwerpen en cartografie in China.
Vier jaar na Verbiest's dood stond Kangxi de roomskatholieke kerk toe om zielen te winnen onder de Chinese bevolking en mochten nieuwe kerken gebouwd worden.
Nog steeds wordt Verbiest herinnerd als een opmerkelijke Belgische jezuïeten-missionaris die een blijvende impact heeft gehad op de wetenschap, technologie en het christendom in China.
※※※
Matteo Ricci
Ricci werd geboren in Macerata, Italië, in 1552. Hij trad toe tot de Sociëteit van Jezus en vertrok in 1577 als missionaris naar Azië. Zijn eerste bestemming was Goa, India, waar hij de Portugese taal leerde en kennis maakte met de culturen en religies van het Oosten.
Na een aantal jaren in India vertrok Ricci naar China, waar hij zijn meest opvallende missie-activiteiten zou ontplooien. Ricci introduceerde het christendom in China en begon met het vertalen van christelijke teksten in het Chinees.

Zijn meest opmerkelijke werk was de vertaling van enkele belangrijke christelijke teksten, waaronder de Verhandeling over de vriend van God van Johannes van het Kruis.
Deze vertalingen waren van cruciaal belang om het christendom toegankelijk te maken voor de Chinese intellectuele elite.
Een ander belangrijk aspect van Ricci's missie-activiteiten was zijn wetenschappelijk werk. Hij was de eerste die Europese astronomische instrumenten in China introduceerde en hij deelde kennis van de westerse wetenschap en wiskunde met de Chinese geleerden.
Daardoor bracht hij wederzijdse waardering en begrip tot stand. Ricci introduceerde de Chinese gemeenschap bijvoorbeeld tot de wereld van de westerse cartografie en produceerde de beroemde Kaart van China in 1602, die voor zijn tijd zeer gedetailleerd en nauwkeurig was.
Deze kaart verenigde de Chinese en westerse kennis van de wereld en liet zien dat de aarde rond was, wat destijds een revolutionair idee was voor veel Chinezen. Ricci's missie-activiteiten brachten ook ethische en morele vraagstukken met zich mee.
Hij probeerde het christendom te integreren in de bestaande ethische en morele waarden van de Chinese samenleving, waardoor hij de relatie tussen de twee culturen verder versterkte.
Ricci legde bijvoorbeeld de nadruk op de deugd en morele waarden in zijn missie-activiteiten en toonde hoe deze conform waren met de ethiek van het confucianisme, wat veel Chinezen aansprak.
Bij zijn dood in 1610 was het aantal bekeerlingen minimaal, ongeveer tweeduizend Chinezen, maar zijn missie-activiteiten hebben een blijvende invloed gehad op de geschiedenis en cultuur van zowel China als de westerse wereld.
Matteo Ricci was niet alleen een missionaris, maar ook een bruggenbouwer tussen twee werelden.
Concept voor een stoomvoertuig
In 1672 ontwierp Verbiest een concept voor een door stoom aangedreven voertuig. Het ontwerp was opmerkelijk voor zijn tijd, gezien het feit dat stoomaandrijving toen nog in de kinderschoenen stond.

Verbiest had geen toegang tot de geavanceerde technologie en materialen die een eeuw later wel aanwezig waren om daadwerkelijk een stoommachine op groot formaat te bouwen.
Het basisconcept van Verbiest's stoomvoertuig bestond uit een stoomketel die water verhitte om stoom te produceren. De stoom werd vervolgens via buizen naar een cilinder geleid, waar hij de zuiger in beweging zette.
Deze beweging zou worden overgebracht naar de wielen om het voertuig voort te stuwen. Het ontwerp was eenvoudig en rudimentair in vergelijking met moderne stoommachines, maar het vormde een belangrijke eerste stap in de ontwikkeling van door stoom aangedreven voertuigen.
Het is belangrijk op te merken dat Verbiest's ontwerp nooit bedoeld was als een volwaardig stoomvoertuig. Voor Verbiest was de installatie slechts één van de vele speeltuigen, waarmee hij kinderen vermaakte aan het hof.
Het duurde nog enkele decennia voordat de eerste werkende stoomvoertuigen werden gebouwd, zoals die van Nicolas-Joseph Cugnot in de achttiende eeuw. Velen zien in het ontwerp de eerste stoomauto, maar dit is misleidend want het voertuig was niet zo bedoeld.
Er waren bijvoorbeeld geen stoelen of een stuur. Hoewel Verbiest's ontwerp nooit tot een praktisch voertuig leidde, laat het de vooruitziende blik zien van deze opmerkelijke wetenschapper en missionaris.
※※※



Opmerkingen