top of page

Confucianisme aan de overkant: De meester in het huidige Taiwan

  • Foto van schrijver: Alex Van Egmond
    Alex Van Egmond
  • 14 sep 2025
  • 8 minuten om te lezen
confucius in taiwan
Confucius in Taiwan - Created in Deep Ai

In het eerste deel van dit tweeluik schreef ik over confucianisme in China en de moeizame, vaak tegenstrijdige manier waarop de communistische partij omgaat met de idealen van haar grootste filosoof en hoe intellectuelen als Jiang Qing zich bezighouden met politiek confucianisme.


In dit artikel kijk ik naar de rol die de wijsgeer op Taiwan speelt in het huidige culturele en politieke leven. Hieruit zal blijken dat er overeenkomsten zijn met het debat in China, maar dat de uitkomst voor Taiwan verschilt.


Tekst: Alex van Egmond


Net als in de rest van de wereld vormt de Tweede Wereldoorlog een belangrijk keerpunt voor Taiwan, want het markeert de overgang van Japanse koloniale heerschappij naar het Kwomintang-regime (KMT) onder leiding van Chiang Kai-shek.


De Japanse kolonisator moedigde uitsluitend boeddhisme aan op het eiland, omdat dit beter paste bij de Japanse cultuur. De gedachte was dat de lokale bevolking zo beter kon wennen aan de geplande overgang naar het shintoïsme (de oorspronkelijke religie van Japan).


Dit wil niet zeggen dat andere levensovertuigingen verdwenen, want confucianisme en taoïsme vergezelden het boeddhisme. Vandaar dat de tempels in Taiwan ook nu nog vaak een allegaartje zijn van diverse elementen.


De komst van de KMT zorgde voor een drastische verandering in het religieuze leven op het eiland, want het nieuwe regime stimuleerde vlijtig het confucianisme.


Chiang Kai-shek kalligrafeerde zelf een bord met een tekst van Confucius voor de tempel in Tainan en stelde in 1952 28 september vast als de geboortedag van de meester.


Daarnaast werden twee nieuwe Confucius-tempels gebouwd in Kaohsiung en Taichung, maar overheidssteun voor confucianisme kwam pas echt in een stroomversnelling in 1967 toen de Raad voor Culturele Chinese Renaissance werd opgericht met de Chiang Kai-shek als voorzitter.


De eerste officiële Confucius-verering in Taiwan begon in 1665 met de oprichting van de Confucius tempel in Tainan.

confucius temple tainan
Confucius tempel, Tainan - ©Alex van Egmond

Nadat Zheng Chenggong, of Koxinga zoals hij bekend staat in het Westen, de Hollanders had verslagen in 1662, begon hij met een campagne om de sporen van het regime van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) uit te wissen.


Onder de naam Tungning Koninkrijk regeerde Koxinga in Taiwan. De VOC-forten werden afgebroken, plaatsen kregen nieuwe namen en hij introduceerde ook een klassiek Chinese bureaucratie.


Een aantal maanden na de capitulatie van de Hollanders stierf Koxinga en nam zijn zoon Zheng Jing het koninkrijk over. Op het eiland zette hij zijn vaders missie voort en creëerde een bastion voor de Ming-cultuur.


Dit trok intellectuelen aan van het vasteland, want onder de nieuwe Qing-regering aldaar hadden zij te maken met wantrouwen en zelfs vervolging.


In Taiwan verbleven deze ‘literati’ in ballingschap, verlangend naar de dag dat ze konden terugkeren naar het vasteland om de Ming-dynastie te herstellen.


Vanzelfsprekend paste een Confucius-tempel bij deze cultuur-minnende gemeenschap. In februari 1666 werd de tempel ceremonieel geopend door Zheng Jing.


Hij introduceerde tegelijkertijd ook een confucianistische academie, zodat leerlingen aan het ambtenarenexamen konden deelnemen. De Qing-regering, die in 1683 de Zheng-clan definitief versloeg, zette de activiteiten van de Confucius-tempel en academie voort.


Erg succesvol was deze academie niet, want naar schatting namen er tijdens de hele Qing-periode maar 251 kandidaten deel aan het keizerlijk examen en slaagde slechts één kandidaat.


Met de afschaffing van het keizerlijk examen in 1905 verloor de academie haar bestaansreden, maar de Confucius-tempel in Tainan bleef actief. Meer dan driehonderdvijftig jaar later is dat nog steeds zo: regelmatig zijn er ceremonies en festivals.


Doctrine

De oprichting van de Raad voor Culturele Chinese Renaissance was een reactie op de Culturele Revolutie die in China gaande was. Hoofddoel van de raad was de Chinese cultuur nieuw leven inblazen door het analyseren en becommentariëren van confucianistische teksten, maar dit doel ging verder dan alleen culturele invloed.


De activiteiten van de raad waren namelijk ook gericht op het verbeteren van de moraal onder de bevolking.

Het onderwijs doorliep een hervorming van het lesmateriaal, waarbij naast hard studeren en samenwerken, gehoorzaamheid aan de ouders en de staat de belangrijkste deugden waren.


confucius temple tainan
Confucius Tempel, Tainan - Wikicommons

Het cultiveren van gehoorzaamheid aan de overheid paste bij de paternalistische inslag van de KMT en vertoont overeenkomsten met het model van de communistische partij in China op dit moment. Confucianisme als staatsideologie ontpopte zich dus als een manier om goodwill te kweken voor het KMT-regime.


Chiang Kai-shek benadrukte in 1968 de grootsheid en eeuwigheidswaarde van Confucius in een toespraak op de vastgestelde geboortedag, 28 september. In zijn ogen was de wijsgeer niet feodaal of antirevolutionair.


En voor docenten had hij de volgende boodschap:


‘Het doel van onderwijs is het voortbrengen van een persoon die zich juist gedraagt, waardig en welvoeglijk [...]. Het resultaat van de juiste etiquette is dat elk individu in de familie of in de maatschappij zijn welvoeglijke rol waardeert en strikte discipline volgt’.


Van overheidswege confucianistische waarden propageren in het onderwijs was onderdeel van een doctrine om eenheid te creëren en deze was gebaseerd op de drie principes van de Sun Yat-sen: nationalisme, democratie en welvaart.


Onder het kopje nationalisme voerde de KMT een sinificatie-beleid, waarbij onder andere Mandarijn Chinees de voertaal werd en lokale talen, gebruiken en tradities werden ontmoedigd.


Naar Sun Yat-sens idee werd democratie voorafgegaan door een overgangsperiode met een éénpartijsysteem, want eerst moesten de juiste economische, sociale en politieke omstandigheden worden geschapen voordat een democratie kon floreren.


Ondanks dat de KMT democratische hervormingen uitstelde tot ver in de jaren tachtig van de twintigste eeuw, was het regime zeer succesvol in het creëren van welvaart.

Tussen 1950 en 1980 groeide Taiwan's BNP met gemiddeld 8% per jaar en schakelde het eiland over van een agrarische naar een industriële economie, waardoor de levensstandaard voor de Taiwanezen dramatisch veranderde.


De overige Aziatische tijgers Zuid-Korea, Singapore en Hongkong ondergingen een vergelijkbare economische groei.


Onder academici bestaat consensus dat confucianistische waarden als onder andere zuinigheid, vlijt en de verantwoordelijkheid van de overheid om het volk in basisbehoeften te voorzien een essentiële rol speelden bij deze economische wonderen.


Democratisch

Vastgesteld kan worden dat de idealen van Confucius een positief effect hebben gehad in de opkomst van de vier Aziatische tijgers, maar hoe de wijsgeer zich verhoudt tot democratische waarden is onderwerp van verhit debat.


Omslag Confucius De gesprekken
Omslag Confucius De gesprekken

Enerzijds legt Confucius zwaar de nadruk op hiërarchie en orde, waardoor zijn denken zeer autoritair overkomt. Hij duidt bijvoorbeeld de relatie tussen de heerser en het volk als volgt aan:


“Als de wind over het gras gaat, moet het gras buigen”.


Bovendien stelt Confucius dat het individu ondergeschikt is aan het collectief, wat moeilijk te rijmen valt met de notie van individuele rechten in een liberale democratie.


Confucius beklemtoont dat ieder persoon zich dient te gedragen naar zijn rol en status in de maatschappij:


“Er is een regering als de prins een prins, de minister een minister, de vader een vader en de zoon een zoon is”.


Anderzijds benadrukken academici dat het gedachtegoed van Confucius voor meerdere interpretaties vatbaar is en wel degelijk overlap heeft met democratische waarden.


In De gesprekken hecht Confucius belang aan goed bestuur dat op rechtvaardige wijze regeert en daarmee een voorbeeld is voor het volk.

Toen de staatsman Ji Kangzi eens vroeg hoe hij het beste het volk kon dienen, antwoordde de wijsgeer:


“Benader het volk met respect, dan zal het zich eerbiedig tonen”.


Harmonie tussen volk en heerser volgt dus de natuurlijke weg en kan niet door straffen worden opgelegd. Tevens legt Confucius veel nadruk op educatie als een manier om een goed mens te worden.


Zowel bestuurders als de burgers hebben deze levenstaak en hierbij gaat Confucius uit van gelijkheid. Bestuurders zijn namelijk geen speciaal ras en worden niet door een hogere orde gekozen, want Confucius waardeert kennis hoger dan sociale afkomst.


Daarmee hanteert hij het gelijkheidsprincipe, maar wat als het bestuur corrupt is? Bij Confucius is het volk geen passieve, volgzame massa, maar heeft elk mens een onafhankelijke geest en is in staat tot redeneren.


Een individu dient zich kritisch te uiten, want anders gaat de staat ten gronde, meent Confucius:


“Als de heerser goed is, en niemand is ongehoorzaam, is dat niet uitstekend? Maar als hij niet goed is en niemand durft tegen hem in te gaan, zou dit dan niet juist de formule zijn die een land ten val kan brengen?”


Zo’n uitspraak kan worden geïnterpreteerd als steun voor vrije meningsuiting, maar zoals gezegd kunnen Confucius’ uitspraken op verschillende manieren worden geduid.


Daardoor is hij al eeuwenlang voor diverse politieke karretjes gespannen.


Introspectie

Taiwan democratiseerde na het opheffen van de martial law in 1987 en ging over op een meerpartijensysteem.


De verkiezingen van het Nationaal Parlement in 1991 en de algemene verkiezingen in 1996 waren belangrijke keerpunten, maar nog crucialer was de verkiezing van Chen Shui-bian in 2000, de eerste president uit de oppositiepartij DPP (Democratische Progressieve Partij).


Sindsdien bevindt het eiland zich in een proces van introspectie, waarbij het verleden én de toekomst centraal staan.


confucius tempel tainan
Confucius tempel, Tainan - ©Alex van Egmond

Aan de ene kant kijkt men terug op de geschiedenis en wordt het koloniale verleden heroverwogen. Zo is er een herwaardering gaande van de Japanse periode en worden bijvoorbeeld gebouwen en monumenten gerenoveerd.


Aan de andere kant ontwikkelt zich een sterke Taiwanese identiteit en denkt men na over wat het betekent om Taiwanees te zijn. In contrast met de KMT-periode krijgen de oorspronkelijke bewoners ook een plaats in dit debat.


Let wel, de grondwet die de KMT invoerde in 1947 negeerde het bestaan van de inheemse volken volledig en dit werd pas eind jaren negentig van de vorige eeuw herzien.


Confucianisme was een van de pijlers waar de KMT haar machtspositie op had gebouwd.

Het confucianisme stond daarmee juist het democratiseringsproces in de weg.


De nadruk van de KMT op paternalistische waarden als sociale harmonie en hiërarchie besmeurde de confucianistische traditie, waardoor activisten zich juist distantiëerden van Confucius.


Peng Ming-min
Peng Ming-min in 2017 - Wikicommons

Peng Ming-min (1923-2022), een bekende figuur uit de democratiseringsbeweging in Taiwan, wees confucianisme af als basis voor een moderne rechtstaat. In een interview uit 2007 zegt hij:


“Wij in de democratiseringsbeweging baseerden onze ideeën op westers denken. Persoonlijk geloof ik niet dat er een relatie is tussen het confucianistische gedachtegoed en de westerse democratie”.


Andere activisten echoën Pengs mening en zien confucianisme eveneens als een hindernis op de weg naar democratie.


Op de achtergrond speelt mee dat confucianisme onderdeel was van het nationalistische beleid van de KMT, waar de oppositie uiteraard resoluut mee brak.


Desalniettemin is confucianisme niet verdwenen onder de DPP. Ten eerste is er op Taiwanese scholen nog steeds aandacht voor de confucianistische traditie, maar dan niet van staatswege, zoals onder de KMT.


Confucius tempel Tainan
Confucius tempel, Tainan - ©Alex van Egmond

De overheid schrijft geen ideologie meer voor en houdt zich formeel afzijdig van confucianisme. Daarentegen is er meer aandacht gekomen voor Taiwanese geschiedenis en cultuur.


Ten tweede bestaat er onder de bevolking nog immer steun voor confucianistische waarden, met name loyaliteit tegenover de familie scoort hoog, gevolgd door steun voor sociale hiërarchie en sociale harmonie.


De laatste twee waarden zijn door de jaren heen wel minder populair geworden, terwijl loyaliteit aan de familie is toegenomen. Steun voor deze laatste waarde staat democratisering niet in de weg, wat opmerkelijk is en tegelijkertijd hoopgevend.


Nee, Taiwan is nog lang niet van Confucius af.



※※※


Universele visie

Confucianisme is onvergelijkbaar met monotheïstische godsdiensten uit het Westen, zoals het christendom of het katholicisme, die zich beroepen op een openbaring en een opperwezen vereren.


Het is meer een filosofische visie op hoe een mens dient te leven, waaraan ethische principes ten grondslag liggen, zodat we kunnen spreken van een deugdenleer. Confucius baseerde zijn ethiek op de geschiedenis van de mythische koningen uit de Xia-, Shang- en Zhou-dynastieën en niet op het bovennatuurlijke.


Hij zag zichzelf ook niet als een vernieuwer, maar gaf door wat eerdere generaties hadden bedacht en zegt in De gesprekken:


“Wie vanuit zijn vertrouwdheid met het verleden inzichten weet te ontwikkelen in het heden, die is waardig om Meester te zijn”.


In Oost-Azië wordt Confucius niet vereerd als een godheid en tempels gewijd aan de Meester blinken uit in eenvoud. Confucius heeft geen systeem of richtlijnen voor zijn volgers nagelaten.


Portrait Leibniz
Portret Gottfried Wilhelm Leibniz - Wikicommons (edited)

Zijn uitspraken waren voornamelijk gericht aan de persoon die hij adviseerde, waarbij altijd de nadruk lag op zelfontwikkeling en op een natuurlijke wijze harmonie vinden. Iedereen kan wat met deze leefregels en juist daarin ligt de aantrekkingskracht van zijn gedachtegoed.


Gottfried Wilhelm Leibniz (1646-1716), de eerste westerse denker die zich verdiepte in Confucius, herkende het universele karakter van Confucius’ gedachtegoed en stelde de mogelijkheid voor van een universeel gedachtensysteem, waarbinnen verschillende culturen naast elkaar kunnen bestaan in harmonie en zonder conflict.


Net als bij Confucius beïnvloedde de periode waarin Leibniz leefde zijn denken, want het tumult van de godsdienstoorlogen was nog niet verstomd in Europa. Een universele ideologie had dus de voorkeur boven een enige ware god.


※※※


Opmerkingen


Abonneer om op de hoogte te blijven van updates

Bedankt voor het abonneren

© 2024 door Halte Oost | Stopover East. Powered and secured by Wix

bottom of page