Taoïsme springlevend: De Weg in China en Taiwan
- Alex Van Egmond

- 4 mei 2025
- 10 minuten om te lezen

In de moderne tijd heeft het taoïsme nog steeds niet aan levenskracht ingeboet in China en Taiwan.
Met recht kan het de volksreligie worden genoemd van deze landen, want er is immers sprake van een al eeuwen durende overlevering onder de bevolking in rituelen, gebruiken en feesten.
Dat alles zonder dogma’s, schisma’s of een noemenswaardige organisatie, wat op zich al een prestatie van jewelste is.
Hoe het taoïsme zich zo heeft weten te manifesteren — en zelfs in onze tijd dominant blijft — is het onderwerp van dit artikel.
Tekst: Alex van Egmond
Vooraf
Het was in Taiwan, inmiddels een paar jaar terug, dat ik getuige was van een offerritueel. Een vrouw van middelbare leeftijd zette een tafeltje neer voor de ingang van haar winkel, spreidde een kleedje uit en stalde voedsel uit naast een wierookvat.
Vervolgens brandde ze wierook als offerande. Ik vermoedde dat ze eigenaar was van deze winkel. Het was op 15 september in het jaar van het Paard en deze dag was juist gekozen door de vrouw, want de stand van de sterren en de maan bracht voorspoed mee.
Wie op deze dag een contract ondertekende, verhuisde of een offerande bracht kon geluk verwachten. Ook was het de beste dag voor een keizersnede of het adopteren van kinderen, maar dat terzijde.
Elke week zag ik dit soort offerandes voor winkels, dus zo bijzonder was het niet, maar wat mij in dit geval verbaasde was dat het om een McDonald’s restaurant ging. Naast het wierookvat lagen op het tafeltje netjes Big Macs en McNuggets uitgestald.

Met veel plezier denk ik terug aan deze gebeurtenis, die wat mij betreft wel aangeeft hoezeer het taoïsme leeft in Taiwan. Aan de andere kant van de Straat in China heeft het taoïsme in de laatste honderdvijftig jaar een moeilijke tijd beleefd en is de volksreligie bijna ten onder gegaan, maar verdwenen is zij niet.
Essentie
In het taoïsme is geen sprake van een almachtige god die de wereld schiep in zes dagen. De beleving is: uit de oerchaos smolten de twee krachten van yin en yang samen. Zij maakten de verschijning van alles in de natuur mogelijk.
De twee krachten wisselen elkaar af, complementeren elkaar of staan in contrast met elkaar en creëren samen de tao, in het Nederlands veelal vertaald als de ‘Weg’. Karakteristiek voor de Weg is dat ze geen definitie kent.
Zij is een allesomvattend principe in het universum, dat ongrijpbaar is en een scheppende functie heeft, máár niet de schepper zelve is. In de Dao dejing, het canonieke boek van taoïsme dat wordt toegeschreven aan Lao Zi, staat:
‘De Weg baart het Ene / het Ene baart de twee / de twee baren de drie / de drie baren de tienduizend dingen. // De tienduizend dingen dragen op hun rug het yin / en houden in hun armen het yang / bij versmelting van deze twee energieën / komen ze tot harmonie’.
(Vertaling Kristofer Schipper)
Lao Zi zelf als grondlegger is net zo ongrijpbaar, want al decennia lang betwisten sinologen zijn bestaan en zijn hand in de totstandkoming van de Dao dejing.
Waarschijnlijk is het boek samengesteld door diverse taoïstische gemeenschappen en kent het een orale traditie die reikt over meerdere eeuwen.
De Dao dejing in zijn huidige vorm met 81 hoofdstukken op rijm dateert uit de derde eeuw voor Christus.

Hoe het ook zij, de ideeën uit de Dao dejing boden houvast in tijden van chaos. Veel van de uitspraken in het boek zijn gericht aan een heerser en bevatten adviezen voor goed landsbeleid.
Daardoor is de Dao dejing ook wel in verband gebracht met de periode van de Strijdende Staten (475-221 voor Christus), waarin de Zhou-dynastie steeds meer in cultureel verval raakte en leenheren profiteerden van het machtsvacuüm.
Confucius leefde in dezelfde periode, maar waar de Meester hechtte aan correcte etiquette en ijverig studeren om het verval tegen te gaan, stelde Lao Zi daar ‘niets doen’ tegenover.
In hoofdstuk 47 zegt Lao Zi het volgende:
‘De wijze kent zonder op reis te gaan / begrijpt de dingen zonder ze te zien / en volbrengt zijn taak zonder iets te doen’.
(Vertaling Kristofer Schipper)
Immers, door niet-handelen blijft het natuurlijk evenwicht bewaard. Lao Zi’s gedachten gaan uit van een universeel principe, want zo stelt hij in hoofdstuk 7:
‘De hemel is eeuwig, de aarde bestendig. / Hoe kunnen de hemel en aarde zo lang bestaan? / Omdat zij niet voor zichzelf leven / kunnen zij eeuwig leven’.
(Vertaling Kristofer Schipper)
Daarbij appelleert taoïsme aan het ideaal van vrijheid en onafhankelijk denken. Daardoor zijn in haar eeuwenlange bestaan ook andere levensovertuigingen, culturele gebruiken en legendes opgenomen in de taoïstische traditie.
Bijvoorbeeld de mythevorming rond de acht Onsterfelijken die altijd dronken rondzwerven en eenwording met de Weg hebben bereikt. Enkelen van hen zijn gebaseerd op historische figuren, waaronder zelfs een lid van de keizerlijke familie uit de Song-dynastie.
Bovendien is de gangbare opvatting dat Confucius een discipel was van Lao Zi en Boeddha een reïncarnatie van hem. Fixatie op eeuwigheid en onsterfelijkheid is in het taoïstisch denken cruciaal.
Volgens een overlevering rijdt Lao Zi op een buffel de woestijn in om de samenleving achter zich te laten. Terwijl hij rijdt richting de grens van dood en leven, schrijft hij de Dao dejing en overstijgt daarmee de grens en wordt zelf een onsterfelijke.
Het lichaam
Een sterke drang tot overleven heeft het taoïsme gered van de ondergang in China. Al in de negentiende eeuw werden taoïstische heiligdommen vernield door aanhangers van de Grote Vrede (Taiping) die zich schaarden achter een christelijk geïnspireerde leider.

Daaropvolgend kregen veel tempels begin twintigste eeuw een nieuwe bestemming als openbaar gebouw, omdat het moderne China niets meer zag in die religieuze gebouwen.
De komst van de communisten in 1949 was een volgende dreun voor de beoefening van het taoïsme.
Het aantal tempels in Peking werd drastisch gereduceerd, monniken en nonnen werden verdreven en de beoefening werd verboden. De Culturele Revolutie was ten slotte bijna de doodsteek, maar sinds 1980 is er een voorzichtig herstel gaande.
Nieuwe taoïstische verenigingen sluiten zich aan bij de officiële Chinese Taoïstische Organisatie en overgebleven tempels worden weer in bezit genomen door taoïstische monniken en nonnen.
Toch is de volksreligie niet meer zo zichtbaar als voorheen, zeker niet in de grote steden. Niettemin vindt men in Peking de Witte Wolk tempel (Baiyun guan). Dit taoïstische heiligdom bevindt zich ten zuidwesten van de Verboden Stad en dateert uit de achtste eeuw.
Bij de wedergeboorte van taoïsme in China staat de tempel centraal als opleidingscentrum en locatie voor grote ceremonies. In het complex wonen monniken en novicen die zijn toegewijd aan quanzhen taoïsme, één van de prominentste scholen in Noord-China.

Deze tak van het taoïsme is ontstaan in de twaalfde eeuw en haar volgelingen hechtten veel belang aan het verlengen van de levensduur en het bereiken van onsterfelijkheid door innerlijke alchemie (neidan shu).
Met behulp van meditatie en ademhalingsoefeningen streven deze taoïsten naar behoud van hun levensenergie (jing), waarbij het ultieme doel de creatie van een spiritueel lichaam is.
Samen met de twee andere componenten, adem (qi) en geest (shen), herstelt jing de oorspronkelijke eenheid van de Weg en brengt het welbekende yin en yang in evenwicht. De monniken van de quanzhen-orde leven overigens strikt celibatair, want ejaculeren betekent in hun ogen een verlies van levensenergie.
De interesse van taoïsten voor het menselijk lichaam zorgde door de eeuwen heen voor veel doorbraken op medisch gebied, waarvan acupunctuur wellicht de meest bekende is. In essentie is acupunctuur een manier om jing te herstellen en balans te brengen in het lichaam.
In de Witte Wolk tempel is dan ook een kliniek gevestigd, waar patiënten op traditionele wijze worden behandeld door taoïstische Meesters. Het menselijk lichaam zien taoïsten als een microkosmos, parallel aan de echte kosmos.
De vijf planeten, Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus, die met het blote oog te zien zijn, zijn zo vertegenwoordigd in de vijf organen.
Specialist in het taoïsme, wijlen Kristofer Schipper, spreekt ook wel van ‘het lichaam als beeltenis van een land’, compleet met rivieren, oceanen, bergen en bossen.
Het lichaam vormt een kringloop. In de benedenwereld, de onderbuik, bevindt zich de Grote Oceaan van de Pneumata of de bron van al wat leeft. De vader en moeder van de Tao hevelen de essentie van het zaad (jing) terug naar boven via de ruggengraat of de nieren, want anders gaat deze verloren.

Het hoofd is een voorstelling van de mythologische berg Kunlun en vandaar gaat de energie over in de mond en via het speeksel terug in de longen. Daar bevindt zich een kindje, de Waarachtige Mens, de ‘ik’ die zich heeft losgemaakt van sociale relaties en wereldse zaken, waarmee de kringloop is voltooid.
Lao Zi zelf gaat deel uitmaken van het lichaam van de Weg en de eeuwige kringloop, wanneer hij op zijn buffel richting de grens tussen dood en leven rijdt. Volgens oude legendes transformeert zijn lichaam steeds weer om herboren te worden in een nieuw lichaam.
Het is een vreemde voorstelling die net zo complex is als het taoïsme zelf met zijn vele vertakkingen en ver teruggaande geschiedenis.
Kringloop
In tegenstelling tot de monnikenorden van quanzhen leven taoïstische Meesters van het zhengyi taoïsme onder het volk en leiden zij geen celibatair leven. In essentie streven zij wel hetzelfde onsterfelijkheids-ideaal na.
In Taiwan is zhengyi taoïsme de dominante school. De oorsprong gaat terug tot de tweede eeuw na Christus toen Lao Zi in een visioen de titel van Hemelse Meester schonk aan Zhang Daoling.
Zhang richtte vervolgens een sekte op met de geweldige naam De Weg van de Vijf Balen Rijst (Wudoumidao), vernoemd naar de contributie die nieuwe leden moesten betalen bij intrede.
Sinds de oprichting door Zhang is de lijn van Hemelse Meesters steeds voortgezet, zodat we nu aan de 65ste Hemelse Meester toe zijn. Wie dat is blijft onderwerp van debat, want sinds de dood van de laatste Hemelse Meester Zhang Yuanxian in 2008 zijn er diverse Zhangs die dingen naar de titel.
Ironisch genoeg is dat nogal tegenstrijdig met hetgeen taoïsme uitdraagt, want Lao Zi zegt immers in hoofdstuk 30:
‘De dingen forceren leidt tot verval / en is in strijd met de Weg’.
(Vertaling Kristofer Schipper)
Hoe het ook zij, opmerkelijk is dat de Hemelse Meester de hoeder is van de liturgische traditie, de duizenden teksten die behoren tot de taoïstische canon. Dit betekent dat De Hemelse Meester heeft absoluut geen gezag over tempels of andere eigendommen. Deze behoren toe aan het volk.

Een taoïstisch heiligdom kan worden gesticht en onderhouden door een gemeenschap, vereniging of welke groep personen dan ook. In het beginsel is er vaak geen sprake van een gebouw, maar fungeert een wierookvat als symbool van de eenheid in de gemeenschap.
Het wierookvat neemt een belangrijke plaats in als instrument van zuivering en communicatie met de Hemel binnen de vereniging van aanbidders en kan ieder jaar worden doorgegeven van de ene familie aan de andere.
De familie die het wierookvat in handen heeft, organiseert dat jaar de feestelijkheden die de kalender meebrengt. Overigens heeft de kalender zelf een heilig karakter, want ook de kringloop van dagen, maanden, jaren en seizoenen is het werk van de Weg.
Terugkerende feestelijkheden versterken op hun beurt het kosmisch ritme van de kalender.
Taoïstische Meesters ontbreken volledig in dit verhaal, want ook zonder hun aanwezigheid kan de gemeenschap offers brengen en feestelijkheden organiseren.
Maar bij grote gebeurtenissen in de kringloop, zoals geboorte, huwelijk en dood, komt de Meester — op uitnodiging — langs met zijn altaar om de riten te begeleiden.
Volgens Schipper is de Meester degene die alle wezens kan binden, verdelen en verenigen in de rituele ruimte. Daarbij moet worden aangetekend dat men geen religieuze betekenis moet verbinden aan het ritueel, want het is een op zichzelf staande handeling.
Schipper benadrukt dit in een interview uit 1970:
“Er is geen menselijke samenleving zonder ritueel, maar de rituelen staan wel redelijk op zichzelf. Net zoals Sinterklaas en Kerst als rituelen ook redelijk op zichzelf staan”.

De Meester die het ritueel uitvoert, heeft wel een gedegen opleiding gehad, die soms al begint op zesjarige leeftijd. Een aspirant-Meester krijgt onderricht in het correct reciteren van heilige geschriften en de correcte choreografie daarbij, dat wil zeggen zo recht mogelijk staan.
Het hoogst haalbare is de rang van Grootmeester. Deze persoon is volledig ingewijd na een leertijd van ten minste twintig jaren en kan dan de grote rituelen in de levenskringloop begeleiden. Hij wordt daarmee erfgenaam van het ritueel.
De opvolging is dus erfelijk, maar dat hoeft niet altijd. Er bestaan namelijk ook taoïsten met een gave en een roeping die de cultus van de Weg omarmen en Meester willen worden.
Zij vormen een medium tussen het alledaagse en de Hemel, een ingewikkeld fenomeen dat onder sjamanisme kan worden geschaard. Een man, en soms een vrouw, die zich geroepen voelt, gaat in de tempel leven en zoekt vervolgens een Meester die de rituele kennis kan bijbrengen.
Geheel in lijn met Lao Zi en de Weg is deze roeping een vrije keuze, net zoals ieder mens vrij is om de natuurlijke weg te bewandelen in de kringloop van geboorte en dood.
Een mooie gedachte, maar met dit artikel heb ik eigenlijk mijn qi verkwanseld in een poging het ongrijpbare te begrijpen. Had ik nu maar beter geluisterd naar Lao Zi die zegt:
‘Beoefen het niet-doen / en alles gaat vanzelf goed’.
※※※
Kristofer Schipper, taoïstische meester
Wie zich verdiept in taoïsme kan bijna niet om sinoloog Kristofer Schipper (1934-2021) heen. De in Zweden geboren maar in Nederland opgegroeide Schipper, deed baanbrekend onderzoek naar taoïsme in Taiwan in het begin van de jaren zestig.
Hij studeerde Chinees, Japans en antropologie aan de École nationale des langues orientales vivantes te Parijs en deed in het zuiden van Taiwan veldonderzoek naar het taoïsme.
Volgens een anekdote uit de hand van Schipper zelf, te horen in een interview op het Youtube-kanaal van Martin Tse, zocht hij contact met een taoïstische Meester in Taiwan, maar bij aankomst kreeg hij te horen dat deze net was overleden.
Gelukkig was er nog een andere Meester die hem te woord kon staan. Hij ontdekte dat de taoïstische rituelen binnen meester-families van generatie op generatie werden doorgegeven en was zelfs als eerste buitenstaander ooit getuige van een belangrijke taoïstische ceremonie die eens in de drie jaar plaatsvond en vijf dagen duurde.
Om nog dichter bij zijn onderzoeksobject te komen, liet Schipper zich in 1968 zelfs inwijden tot taoïstische meester, zodat hij inzicht kreeg in de organisatie, of eerder het ontbreken van organisatie.
In een interview uit 1970 zegt hij:
“[M]en kan niet werkelijk spreken van een taoïstische ‘kerk’. Er is geen organisatie die tegelijk de Meesters en de getrouwen omvat. Men kan eerder zeggen dat de meesters onder elkaar een soort nationale corporatie vormen. Aan het hoofd daarvan is de Hemelse Meester. Deze uitzonderlijke positie wordt overgedragen van vader op zoon of door adoptie”.
Zijn wetenschappelijke inspanningen resulteerde in diverse onderzoeksprojecten, waaronder de inventarisatie en toelichting van de ruim 1500 teksten uit de taoïstische canon, een project dat in 2004 werd afgerond.
Internationale erkenning als specialist van taoïsme verkreeg hij met het boek Tao. De levende religie van China dat oorspronkelijk in het Frans verscheen en later verscheen in het Nederlands en Engels.
Schipper legde zich ook toe op de vertaling van het Chinees naar het Nederlands van Zhuang Zi, Lao Zi, het boek van de Tao en De Gesprekken van Confucius.
※※※



Opmerkingen