top of page

J.J. Slauerhoff: Chinese achtergronden van de rusteloze dichter

  • Foto van schrijver: Alex Van Egmond
    Alex Van Egmond
  • 27 dec 2024
  • 11 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 29 dec 2024

Slauerhoff portrait
J.J. Slauerhoff - Created in DeepAi

Het is menig auteur niet gegund om na de dood nog veelvuldig gelezen en vereerd te worden. Een uitzondering vormt het geweldige oeuvre van dichter en schrijver J.J. Slauerhoff, of Slau zoals hij door vrienden werd genoemd.


Zijn boeken en dichtbundels kennen herdruk op herdruk en ook in vertaling vindt Slauerhoff een publiek over de grenzen. De aantrekkingskracht zit hem in de wereld van verlangen naar verre oorden die de rusteloze Slauerhoff oproept.


Die wereld kwam tot stand door gedegen documentatie en onderzoek, zo is later gebleken. Voor dit artikel duiken we in de Chinese inspiratiebronnen van de dichter.


Tekst: Alex van Egmond


Levensloop

Jan Jakob Slauerhoff zag het levenslicht op 14 september 1898 in Leeuwarden als de vijfde van zes kinderen. Zijn vader en moeder hielden een stoffenwinkel gaande en het gezin kon worden gerekend tot de middenstand.


In zijn jeugd was Slauerhoff een zorgenkindje, omdat hij last had van astmatische aanvallen. Aan de ene kant zorgde dat voor extra aandacht van zijn moeder, maar aan de andere kant zorgde het ook voor eenzaamheid op school, want bij zo'n aanval durfde eigenlijk niemand van zijn klasgenoten te helpen.


Tussen 1916 en 1923 studeerde hij Geneeskunde in Amsterdam, waar hij in contact kwam met belangrijke literaire tijdgenoten als Simon Vestdijk (1898-1971) en Hendrik Marsman (1899-1940).


Ondertussen was Slauerhoff 'serieus' gaan dichten en in 1923 verscheen zijn eerste dichtbundel Archipel. Deze bundel werd gunstig ontvangen door een jonge generatie auteurs, die vernieuwing zagen in de eigenzinnige manier waarop Slauerhoff traditionele versvormen en taalpatronen gebruikte.


Tevens viel het motief op van zwerven en van de zee. In het eerste gedicht lezen we:


Dit is mijn lot: gebeeldhouwd voor den boeg, / De scheepsromp achter mij te moeten volgen; / Mijn zegetocht over knielende golven / Aan 't schip te moeten danken, dat mij droeg.


Slauerhoff heeft regelmatig te kennen gegeven dat hij het geluk zocht op zee, want het zeemansleven zat nu eenmaal in zijn bloed. Zijn betovergrootvader van vaderskant had bijvoorbeeld een zeemansachtergrond en ook aan moederskant waren er zeevaarders.


Archipel
Eerste druk Archipel (1923)

Na zijn artsenexamen zag Slauerhoff er niets in om zich als huisarts te vestigen in een Hollands dorp of stad, met alle sociale controle en de onvrijheid van dien. Het scheepsdokterschap was daarentegen uitermate geschikt voor hem, want het gaf hem de mogelijkheid om te reizen en genoeg vrijheid om zich te wijden aan de literatuur.


Alleen zijn matige gezondheid was een hindernis, maar wonderbaarlijk genoeg wist hij toch door de keuring te komen. Vanaf 1924 zouden vele scheepsreizen volgen naar de Middellandse zee, Zuid-Amerika, Afrika, het Midden-Oosten en natuurlijk Azië.


In China werden met name de havens van Shanghai, Hongkong, Macau, Amoy (Xiamen) en Dairen (Dalian) aangedaan door Slauerhoff. Het zou de vruchtbaarste periode uit zijn leven worden, want maar liefst zeven dichtbundels en drie verhalenbundels verschenen, waaronder Oost-Azië (1928), Yoeng poe tsjoeng (1930) en Kau-Lung-Seu (Het lente-eiland, 1930).


In 1930 trouwde hij met de mooie balletdanseres Darja Collin en vestigde zich korte tijd in Nederland. Maar de zee bleef trekken en hij monsterde zich in 1932 weer aan bij de Holland-West-Afrika Lijn.


Onderwijl verschenen de romans Het verboden rijk (1932) en Het leven op aarde (1934), waarin het verhaal zich voornamelijk afspeelt in Macau.


Tussen reizen en publiceren door verbleef hij regelmatig in kuuroorden vanwege zijn steeds slechter wordende gezondheid.

Villa Carla
Rusthuis Villa Carla

Dit trok een zware wissel op zijn huwelijk met Collin en het paar scheidde in mei 1935. In hetzelfde jaar ging de gezondheid van Slauerhoff zeer snel achteruit door verwaarloosde tuberculose, waar hij nog malaria bovenop kreeg.


Hij bezweek uiteindelijk op 5 oktober 1936 aan de terugkerende tuberculose in rusthuis Villa Carla te Hilversum.


Slordig

De tijd van het interbellum waarin Slauerhoff leefde wordt gekenmerkt door het modernisme: een term voor de verschillende, vaak tegenstrijdige stromingen die internationaal opgang maakten.


In zijn poëzie liet Slauerhoff zich onder andere inspireren door de de Franse dichter Arthur Rimbaud (1854-1891), die voorstelde dat dichten 'de ontregeling van alle zintuigen' is.


Alleen door ontregeling kon er een nieuwe werkelijkheid worden geschapen met een nieuwe taal en nieuwe beelden. Rimbaud was daarmee een voorloper van het symbolisme, wat op zijn beurt weer een reactie was op de stroming van het realisme.


Evenals Rimbaud, experimenteerde Slauerhoff met vers en taal, en leidde hij een zwervend bestaan van een bohemien. Slauerhoff zette zich af tegen de bourgeoisie die op hem neerkeek vanwege zijn arbeidersklasse achtergrond, maar tegelijkertijd hekelde hij ook de geveinsde, provinciale atmosfeer in zijn geboorteplaats Leeuwarden.

Omslag Slauerhoff Een biografie

Bovenal is het werk en leven van Slauerhoff als romantisch te beschouwen. Kenmerkend daarbij is de onvrede met het hier en nu, de vlucht in het verleden en in droomwerelden. In zijn volprezen Slauerhoff. Een biografie maakt Wim Hazeu gewag van de eilandliefde, of de zogenaamde 'nesofilie', bij Slauerhoff.


Het klopt dat veel gedichten en bundels titels hebben die verwijzen naar eilanden. Hazeu stelt dat het eiland symbool staat voor eenzaamheid, geborgenheid, onbereikbaarheid, verlangen, heimwee en nostalgie.


Die romantische trekken zien we duidelijk bij Slauerhoff die nergens kan aarden, behalve in zijn gedichten, zoals de beroemde regels gaan:


Alleen in mijn gedichten kan ik wonen, / Nooit vond ik ergens anders onderdak;


Uiteindelijk bood dat ook geen troost, want op zijn sterfbed in Villa Carla merkt hij kribbig op:


‘Dat is zo de ironie van het noodlot, voor de rimboe deug ik niet en word steeds meer en meer gedwongen daar te zijn waar comfort is en verzorging en alles ordelijk. Kortom, het tegendeel is van wat ik verlang’.


Uit dit citaat zou je kunnen opmaken dat Slauerhoff gedijde bij wanorde en anarchie.


Het klopt dat literatuurcritici van de oudere generatie hem beschreven als een 'slordige' dichter en schrijver, vanwege de vrijheden die Slauerhoff veroorloofde in ritme en versvormen van zijn poëzie en de verhaalstructuur van zijn romans.


Het rusteloze karakter, zijn reizen en de onwil om zich te schikken naar sociale conventies versterken verder dit vermoeden. Daarnaast is bekend dat de scheepshutten, waarin Slauerhoff het merendeel van zijn werken schreef, een warboel was, 'een vergaarbak van alles', volgens een bemanningslid.


Omslag Het China van Slauerhoff

Zeer berucht is ook het handschrift, waarvan Slauerhoff zelf eens bekende dat hij het soms niet kon teruglezen. Bibliograaf Kees Lekkerkerker (1910-2006) sprak er van mee. Hij verkreeg het archief van Slauerhoff dat onder andere in scheepkisten was bewaard en met veel geduld en toewijding lukte het hem om de handschriften te ontcijferen.


Het resultaat was Het China van Slauerhoff (1985) met de aantekeningen en ontwerpen voor de romans Het verboden Rijk en Het leven op aarde. Uit deze gedegen studie kwam een andere Slauerhoff naar voren: een schrijver die zich grondig voorbereidde en zijn verhaalstructuur minutieus uitwerkte.


Verre Oosten

Al vroeg werd bij Slauerhoff de reislust aangewakkerd. Naast zijn bewondering voor de al eerder genoemde vagebond Arthur Rimbaud las Slauerhoff in zijn studententijd enthousiast de verhalen van de Zwitser Blaise Cendrars (1887-1961). Een dichter en romanschrijver die als vijftienjarige reisde naar China, Siberië en Perzië.


In Archipel en Eldorado (1928) verbeeldt hij sterk de hang naar droom(ei)landen, maar identificeert zich ook met historische figuren, zoals de Portugese dichter Luís de Camões (1524/5-1580) en de grote veroveraar Dzjenghis Khan.


Portret Camoes
Camões door Fernão Gomes - Wiki Commons

Vooral Camões, de banneling die in Macau zijn heldenepos De Lusiaden schreef, bleek een levenslange obsessie te zijn voor Slauerhoff. Veel gedichten zijn gewijd aan Camões en in Het verboden rijk en Het leven op aarde speelt hij een prominente rol als een demon uit het verleden die zich meester maakt van de geest van een doelloze marconist.


In de marconist herkent men de persoon van Slauerhoff. Het samenvallen van een Portugese dichter en een marconist die honderden eeuwen later leefde, is eens opgevat als reïncarnatie van Camões in Slauerhoff.


Zelf heeft hij zich er nooit helder over uitgelaten, maar bekend is wel dat hij gefascineerd was door de gedachte van reïncarnatie. In zijn identificatie met figuren uit het verleden ging hij zo ver dat hij zich lotgenoot voelde van Rimbaud, Camões, Djzengis en anderen.


Door in te schepen bij de Java-China-Japan Lijn kon Slauerhoff tussen 1925 en 1927 zelf het Verre Oosten bezoeken om dichter te komen bij een paar van zijn historische lotgenoten. In dit licht moet de Chinese dichter/ambtenaar Po Tsju I (Bai Juyi, 772-846) worden vermeld.


In zijn tijd werd Po Tsju I gelezen door iedereen: van hoog tot laag en van jong tot oud. Zijn poëzie bleef in latere eeuwen populair en het was te danken aan de vertalingen van de Britse sinoloog Arthur Waley (1889-1966) dat hij als één van de eerste Chinese dichters bekend werd in het Westen.


Omstreeks 1927 kocht Slauerhoff in Hongkong zijn A Hundred and Seventy Chinese Poems (1918). Hij raakte zo gefascineerd dat hij enkele gedichten vertaalde en later opnam in de bundel Yoeng Poe Tsjoeng, waarop prominent drie karakters de omslag sieren: '用不中' (vertaling: van geen nut).


Yoeng Poe Tsjoeng
Eerste druk Yoeng Poe Tsjoeng (1930)

In deze bundel speelt Slauerhoff een literair spel waarbij hij ogenschijnlijk authentieke Chinese gedichten aanbiedt met een 'voorkeur voor de bitterheid van het leven'. Voor 'dwepers van het Oosten' was de bundel van geen nut.


De waarheid is dat Slauerhoff zich bij het vertalen wel heel veel vrijheden veroorloofde.

Volgens sinoloog Wilt Idema, die in 2001 de Nederlandse vertaling verzorgde van Bai Juyi, zette Slauerhoff de Chinese dichter/ambtenaar door selectie en verdraaiing naar zijn hand, waarmee hij een ideaalbeeld creëerde in de trant van Rimbaud.


Bovendien voegde hij gedichten toe van fictieve Chinese schrijvers die hij echter zelf had geschreven. Deze omgang met het Verre Oosten was typisch voor Slauerhoff. De politieke spanningen van de tijd, het straatleven, de geuren en kleuren: het was allemaal slechts decor voor zijn reisverhalen, romans en gedichten.


Wanneer hij eens toevallig bij een bijeenkomst van Sun Yat-sen-aanhangers was, had hij meer belangstelling voor de gewaden en de kinderen met lolly's van gekonfijte kersen. Desalniettemin kan Slauerhoff geen desinteresse in de Chinese cultuur en geschiedenis worden verweten.


In zijn kajuit las hij verwoed Chinese werken, waaronder bijvoorbeeld het wetenschappelijke Mission archéologique en Chine (1924) van Victor Segalen en wanneer hij in een haven lag verzamelde hij bijvoorbeeld reisgidsen. Daarnaast observeerde hij nauwkeurig zijn omgeving en hij spendeerde ook veel tijd in de plaatselijke bibliotheek.


Contacten

Het is opmerkelijk dat tussen 1925 en 1927 Slauerhoff daadwerkelijk slechts 130 dagen op de vaste wal van China is geweest. De indrukken die hij noteerde in dagboekaantekeningen, brieven en reisverslagen waren voldoende voor zijn talrijke publicaties in de Chinese sfeer.


Na zijn terugkeer in Nederland bleef hij verbonden met China door alles te lezen wat hij maar kon vinden. Zo las hij in vertaling La Terre Chinoise van Pearl S. Buck, later verschenen als The Good Earth (1931), en waagde hij zich aan de magistrale Chinese roman uit de twaalfde eeuw De drie koninkrijken in Duitse vertaling.


Slauerhoff zocht ook contact met gelijkgestemde Chinakenners. Met name met Johan W. Schotman (1892-1976) raakte hij goed bevriend, mede doordat Schotman ook in China als arts had gewerkt en publiceerde over het land.


De twee onderhielden een levendige correspondentie over literatuur en gezondheid. Schotman fungeerde als klankbord voor Slauerhoff en visa versa. Overigens deden de met zwier vertaalde verzen uit Yoeng poe Tsjoeng Schotman de wenkbrauwen fronsen, want hij beheerste het Chinees in woord en geschrift en was zeer gesteld op de esthetische perfectie van de klassieke Chinese poëzie.


De verzen waren 'onregelmatig en stroef' en de vertalingen zo vrij 'dat het origineel bijna verloren ging', schreef Schotman in een brief.

Toch kon Schotman waardering opbrengen voor de manier waarop Slauerhoff 'de melancholische sfeer van de eeuwigheid' had aangevoeld die Chinese poëzie bezat. Contact met andere China-deskundigen verkreeg Slauerhoff toen hij omstreeks 1929 lid werd van De Chineesch-Nederlandsche Vereenging.


De vereniging, die als voorloper van de huidige Vereniging Nederland China (VNC) kan worden gezien, ontstond in het jaar 1922 en kende zowel een afdeling in Amsterdam als één in Beijing.


Via de vereniging leerde Slauerhoff de grote Chinakenners J.J.L. Duyvendak (1889-1954), Jim G. Drabbe (1897-1989) en Robert van Gulik (1910-1967) kennen. Van Duyvendak, die veel heeft betekend voor de oprichting van het Sinologisch Instituut in Leiden, las hij onder andere China tegen de Westerkim (1926), waarin de Chinese cultuur uit heden en verleden met elkaar in verband wordt gebracht.


China tegen de Westerkim

Vanaf 1926 bracht de vereniging ook een driemaandelijks tijdschrift uit met de weinig originele titel China. De redactie was in handen van de bankier Drabbe, die in de jaren twintig had gewerkt in Beijing en net als Slauerhoff was begeesterd door China. De twee konden goed met elkaar opschieten.


In de vierde jaargang publiceerde Slauerhoff een zestal gedichten in het blad. Als laatste was daar de diplomaat, sinoloog en schrijver Van Gulik. Hij gaf colleges aan de Leidse universiteit en was bereid om de dichter in privélessen de fijne kneepjes van de Chinese taal bij te brengen.


Toen Slauerhoff als bezoekend arts bij het Academisch Ziekenhuis in Leiden werkte, kon hij zijn werk en de studie mooi combineren. Echter, het viel hem niet mee om de karakters te beheersen, laat staan dat hij gedichten direct kon vertalen uit de Chinese bron.


Zijn privéleraar Van Gulik maakte eens een schampere opmerking over zijn pupil, toen Slauerhoff op straat werd geprezen om zijn prachtige vertalingen uit het Chinees in Yoeng Poe Tsjoeng en Oost-Azië. Van Gulik die dit hoorde, riep spottend:


'Hij kent er geen barst van, hij kan het ene karakter nog niet van het andere onderscheiden!'

Slauerhoff liet zich desalniettemin niet uit het veld slaan door zijn kleinerende leraar en hield de studie vol. Uit de scheepskisten bijvoorbeeld is een schrift met gekalligrafeerde karakters het tastbare bewijs van Slauerhoff's inspanningen.


Van Gulik kreeg het in 1935 te druk vanwege zijn diplomatieke uitzending naar Japan, waardoor de privélessen stopten. Op de avond van vertrek wisselden Slauerhoff met hem nog herinneringen uit en praatten ze over literatuur.


Hij schreef zelf ook poëzie en vroeg Slauerhoff het te beoordelen. Hij vond het redelijk, maar het 'zangerige en geparfumeerde gedoe' kon worden weggelaten. Van Gulik heeft daarna zijn dichtcarrière opgegeven.


Waarheid en dichting

Vandaag de dag is duidelijker geworden dat Slauerhoff uitgebreid onderzoek deed en tijdens zijn verblijven in de verre havens voortdurend bezig was met documenteren. Dat hij in zijn romans en gedichten erg selectief was en soms een loopje met de waarheid nam is eveneens evident.


De meest voor de hand liggende verklaring zou zijn om dit toe te schrijven aan zijn romantische inborst, maar het gaat dieper. Uit briefwisselingen van Slauerhoff aan vrienden blijkt dat hij China miste.


Hij noemde het land van het midden zelfs één van de beschaafdste landen ter wereld en zette dat af tegen zijn geboorteland. Voor Slauerhoff was de Hollandse beschaving 'als roggebrood: substantieel, degelijk, maar niet gracieus'.


In China, hoewel hij daar zoals gezegd zeer kort was, vond hij een land waar avontuur nog mogelijk was, wat niet kon in Nederland waar de sociale controle te groot was en de ruimte te klein.


Met zijn vriend Schotman had hij zelfs eens het plan om samen een artsenpraktijk te starten in China, maar de vriendschap vertroebelde in 1931 vanwege onenigheid bij het samenstellen van Schotmans bloemlezing van Chinese gedichten.


Het plan had sowieso weinig levenskracht gezien de matige gezondheid van Slauerhoff en de turbulente ontwikkelingen in China van die tijd.


Schotman noemde China zelfs eens 'een primitief, barbaars middeleeuws land met de ellendigste armoede en de grootste luxe. Een revolutie kon niet uitblijven'.


Ansichtkaart Sjanghai 1907-1917
Ansichtkaart Shanghai Nanking Road 1907-1917 - New York Public Library

Ook Slauerhoff werd geconfronteerd met de taferelen van armoede en politieke spanningen. Nota bene in Shanghai lag hij eens plat op de grond terwijl de kogels overvlogen tijdens een vuurgevecht tussen Kuomintang-aanhangers en communisten.


Bovendien verhaalt Slauerhoff in brieven over de steden van China als 'onwelriekende labyrinten' en straten met 'krioelende volksmassa's'. Toch beschreef Slauerhoff het Verre Oosten in zijn proza en poëzie overwegend met lyrische bewoordingen.


Hij zette daarbij een exotische wereld neer die ver afstaat van de de Hollandse burgerlijkheid en spruitjeslucht. Natuurlijk was Slauerhoff bovenal een dichter en geen onderzoeker, dus die vrijheden kon hij zich veroorloven, maar de haat voor het geboorteland blijft opvallend.


Vrienden van de dichter hebben zich hetzelfde afgevraagd en een enkeling concludeerde weifelend dat de onvrede van Slauerhoff misschien voortkwam uit de onmogelijkheid om compromissen te sluiten, waardoor hij zich niet kon schikken: niet in zijn zieke gestel, maar ook niet op een willekeurige plaats op aarde.


Deze uitspraak typeert de persoon Slauerhoff en zijn werk ten zeerste: ongrijpbaar en altijd onderweg.


※※※

Opmerkingen


Abonneer om op de hoogte te blijven van updates

Bedankt voor het abonneren

© 2024 door Halte Oost | Stopover East. Powered and secured by Wix

bottom of page