Fietsen door de Culturele Revolutie: voormalig docent Nederlands in China, Johan Jutten
- Alex Van Egmond

- 1 feb 2025
- 8 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 5 feb 2025

In 1969 verscheen bij uitgeverij Kosmos een opmerkelijk boekje met de titel: Een jaar Peking. Op de fiets door de Culturele Revolutie.
De auteur, Johan Jutten, werkte tussen 1965 en 1966 als docent Nederlands aan een Chinees instituut en maakte het begin mee van de Culturele Revolutie. Enige jaren geleden spitte ik dit boekje met veel interesse door, aangezien ik net als Jutten werkzaam was als docent Nederlands in Beijing.
De periode was natuurlijk onvergelijkbaar, maar toch kon ik parallellen ontdekken tussen heden en verleden. Jutten verliet China noodgedwongen in 1966 en liet zijn studenten achter in de chaos.
Recent hoorde ik dat hij de stoute schoenen had aangetrokken en meer dan vijftig jaar later was teruggegaan naar China voor een bezoek aan zijn oude werkplek. Hoe dat afliep kunt u lezen in dit interview.

Tekst: Alex van Egmond
Het boekje dat Jutten schreef over zijn ervaringen in China is tegenwoordig een obscuur bezit, zelfs in antiquariaten is het nauwelijks te krijgen. Eenieder die het toch weet te bemachtigen, zal het in de kortste keren willen uitlezen.
Jutten verhaalt in Een jaar Peking met veel detail hoe hij werd aangenomen en welke hordes hij moest nemen om af te reizen naar China. Hij vertelt over de wondere wereld van Peking in de jaren zestig en natuurlijk ook over de gevolgen van de Culturele Revolutie op zijn werk aan de universiteit.
Ik ontmoet Jutten en zijn partner Lourdes thuis in Dordrecht. Jutten:
“Lang was ik onderwijzer in Groningen, maar wel een onderwijzer met een liefde voor reizen, met mijn partner maakte ik veel reizen”.
In 1964, als twintiger met een onderwijsdiploma op zak las hij in De Vacature, over een aanstelling als leraar Vreemde Talen in China en dat leek hem een prachtig avontuur.
“Door de bureaucratie kon ik pas in 1965 vertrekken. Let wel, de bureaucratie in Nederland! Als Nederlander kon ik mijn nationaliteit verliezen als ik zonder koninklijk verlof in vreemde staatsdienst zou treden. Daarnaast raadde de Binnenlandse Veiligheidsdienst mij een verblijf in China ten zeerste af”.
Zijn verzoekschrift aan koningin Juliana bleef maandenlang in behandeling. Jutten liet zich in de tussentijd informeren door mensen die eerder in China waren geweest, zoals de schrijver Jef Last en de ondernemer en politicus Sydney van den Bergh.
Zij waren het allemaal met hem en elkaar eens dat hij gewoon moest gaan en zo geschiedde in oktober 1965. Jutten en zijn toenmalige vrouw Ria namen, zonder koninklijk verlof, de trein naar Moskou om vandaar over te stappen op een Chinese trein naar Peking.
Daar aangekomen werden ze opgewacht door vertegenwoordigers van het Omroep Instituut Peking, de nieuwe werkgever van Jutten. Dit instituut bestaat nog steeds, al heet het tegenwoordig de Communications University China (CUC).
Het echtpaar werd ondergebracht in het ‘Vriendschapshotel’, aan het andere eind van de stad. Een complex dat was gebouwd in de tijd dat China en de Sovjet Unie nog goede betrekkingen hadden.
Ik kan Jutten vertellen dat ik er elk jaar kwam als er een feest werd georganiseerd voor ‘buitenlandse experts’. Jutten vertelt dat het gebouw in de jaren zestig van de vorige eeuw fungeerde als huisvesting voor álle buitenlandse experts die in staatsdienst waren, zo’n duizend mensen.
“Het was sober ingericht, maar alles was er: een zwembad, winkels, restaurants, én een voetbalveld. Met andere buitenlanders hadden we een internationale ploeg geformeerd. Een Engelsman was de coach. Ik moest altijd wat hij zei vertalen voor de Italianen. Dat deed ik dan in het Frans, want ik sprak geen Italiaans”.

Het was een divers gezelschap in het Vriendschapshotel, waarbij sommige buitenlanders om idealistische redenen in China waren. De voetbalploeg werd overigens opgeheven na een incident, vertelt Jutten:
“Op een gegeven moment was er bonje, want een Afrikaanse speler werd door de Engelse coach niet opgesteld. Nou, daar was die speler het dus niet mee eens en bij de volgende training kwam hij opdagen met een groot mes. Hij wilde de Engelse coach te lijf gaan, maar dat konden we gelukkig voorkomen. Later bleek die Afrikaan een rebellenleider te zijn uit Angola!”
Volgens Jutten was het gebruikelijk dat dit soort dubieuze mensen naar China kwamen als zij vanwege opstandige activiteiten hun land moesten ontvluchten.
Revolutie
Jutten kwam officieel naar China om als docent Engels te werken, maar werd al snel gevraagd om Nederlands te doceren. Aan het Radio Instituut was net een groep gestart, een twintigtal jongens en meisjes uit alle delen van het land.
De jonge Chinees Chang Saoyou werd zijn tolk en contactpersoon. Op 22 november 1965 werd Jutten met een taxi van het Vriendschapshotel naar het instituut gebracht voor zijn eerste les.
Hij ontdekte al snel dat de didactische methoden op de universiteit achterhaald waren.
“Men gebruikte de natuurmethode, waarbij grammatica en zinsstructuur ondergeschikt is. Gelukkig was ik vrij in mijn werkwijze, maar wat betreft het lesmateriaal was ik dat niet”.
In zijn boek staat een voorbeeld van een door het instituut aangeleverde tekst:
‘Koerbaan Toeloemoe is een lid van een volkscommune in het autonome gebied SinkiangWeewoear. Hij is thans tweeëntachtig jaar. Toen hij nog maar een jongen was, moest hij hard werken voor de grootgrondbezitter. […] In 1952 vond de herverdeling van het land plaats en Koerbaan Toeloemoe kreeg veertien hectare grond en een paar kamers. Onder leiding van de Partij en voorzitter Mao werd zijn leven elke dag beter. Hij verlangde ernaar voorzitter Mao met zijn eigen ogen te zien’.
Vijftig jaar later bestaat het Chinees onderwijs nog steeds uit veel ineffectief stampwerk. Andere parallellen komen ter sprake als Jutten een vergeeld fotoboek te voorschijn haalt dat zo uitpuilt dat het bijna uit de spiraalband barst.
“Ik ben goed in bewaren”, zegt Jutten lachend. Een foto van de ‘Universiteit Sportdag’ trekt mijn aandacht.

In China is dit een jaarlijks terugkerend fenomeen, waarbij de buitenlandse experts plechtig moeten opdraven en na de ceremonie kunnen toekijken hoe hun studenten uitblinken in hardlopen en touwtje springen.
In Juttens periode gebeurde dit ook al, maar toen stonden er andere ‘sporten’ op het programma.
“Granaatwerpen was een serieuze bezigheid voor de studenten. Ook de meisjes deden mee. Ik had een meisje in mijn klas, Ma Youying, dat razend fanatiek was in het werpen. Alles natuurlijk voor de socialistische revolutie”, zegt Jutten.
Inderdaad typeert dat de tijdsgeest. In zijn boek geeft Jutten genoeg voorbeelden, van Nederlands leren tot schoenen maken voor de revolutie aan toe.
Eind mei breekt dan een echte revolutie uit die China voor jaren op zijn kop zal zetten.
Op het instituut hoeft Jutten voorlopig geen les meer te geven, want de studenten worden geacht om de Culturele Revolutie te bestuderen.
Jutten brengt vanaf dan zijn tijd door met fietsen in de stad en foto's maken. De gevolgen van de politieke ontwikkelingen worden hem snel duidelijk in de aanwezigheid van Rode Gardisten op straat en de vele muurkranten waarmee Beijing is behangen.

Hij is getuige van de chaos: potentiële revisionisten worden nagejouwd, beschimpt en weggevoerd. Uit kerken, tempels, huizen en winkels worden als ‘bourgeois’ bestempelde voorwerpen gehaald.
Op het Radio Instituut zijn de gevolgen eveneens merkbaar. Het lesmateriaal op het instituut, dat al niet zo geweldig was, werd gereduceerd tot uitsluitend vertalingen van de werken van voorzitter Mao en de Chinese docenten zijn verplicht boerenarbeid te verrichten op de communes buiten Peking.
Voor Jutten is er geen werk meer en op 6 oktober 1966 vertrekt hij met zijn vrouw per trein terug naar Nederland. Op het perron wuift onder andere assistent Chang Saoyou het echtpaar na totdat de trein uit zicht is verdwenen.
Terug
Wat bezielt Jutten om ruim vijftig jaar later een groepsreis te maken naar China? Jutten antwoordt nuchter:
“Mijn partner Lourdes heeft een Chinese vader. Ze wilde dus eens kijken hoe het daar is”.
Ondanks die droge reden sloeg Jutten toch twee vliegen in één klap en nam een kijkje bij zijn oude werkplek. Het bezoek aan de universiteit vindt plaats op eerste dag dat Jutten en zijn partner in China zijn.
Met hulp van een contactpersoon in Nederland is een ontmoeting met de decaan opgezet, weet het stel. Overal is voor gezorgd, dus ze hoeven alleen op het afgesproken tijdstip in de lobby van het hotel te zijn.
“Het klopte precies. Om negen uur stond er een jongeman met een guitig gezicht voor onze neus. Hij sprak geweldig Nederlands en stelde zich nota bene voor als Klaas-Jan, naar een bekende spits van Ajax”, zegt Jutten enthousiast, “zoiets had ik nooit verwacht”.
KlaasJan had Nederlands gestudeerd aan de CUC, maar was ook voor een uitwisselingsjaar in Groningen geweest. Hij zou die dag voor gids spelen en ook tolken. Met een traag tempo rijden ze door het drukke verkeer en de jungle van hoogbouw.
“Ik kon werkelijk niets herkennen onderweg, maar plots maakte de wagen een draai en reden we door een bekende poort. Die draai kende ik uit duizenden. Vijftig jaar geleden maakte ik dagelijks die draai naar het instituut”.
Klaas-Jan stopt de wagen voor een twee verdiepingen hoog gebouw met rode kozijnen en deuren.
Tot Juttens verbazing is het hetzelfde gebouw als dat waar hij in 1965-1966 les gaf aan zijn twintigtal studenten, maar de grootste verrassing moet nog komen.
“Wij gingen naar binnen en ik kon constateren dat de kleur van de muren nog identiek was, gebroken wit. In een klein kamertje was een houten tafel, waarop potjes thee stonden en een schoteltje met mandarijntjes en koekjes.
Daar zag ik plots mijn oude assistent Chang zitten! Nog steeds met zijn afgezakte bril, alsof er geen halve eeuw voorbij was gegaan. Maar ook twee oud-studenten waren gekomen, Kong Lingxiu en Liu Teping. Dat had ik in de verste verten niet kunnen dromen!”
Na bekomen te zijn van deze verrassing worden in het bijzijn van twee decanen herinneringen opgehaald en allerlei wetenswaardigheden uitgewisseld. Klaas-Jan vertaalt tussen de beide partijen.

Jutten vertelt dat hij een oud lesrooster had meegenomen, wat voor meer dierbare herinneringen zorgde. Hij gaat verder:
“Nog ontroerender was de foto van een papiertje waarop mijn handtekening stond. Mijn oud-student Kong Lingxiu liet dat op haar mobiel zien. Kun je nagaan, dat vodje had ze al die tijd bewaard, alleen maar omdat ik het had getekend”.
Natuurlijk was Jutten benieuwd naar hoe de studenten de turbulente jaren van de Culturele Revolutie waren doorgekomen, maar elke vraag in die richting bleef onbeantwoord.
“Er vielen vaak pijnlijke stiltes als Johan vragen stelde, die politiek gevoelig liggen in China”, zegt zijn partner.

Jutten beaamt dat: “De ontmoeting was enigszins formeel, maar toch overrompelend qua hartelijkheid. Toen we weer buiten stonden, waren Chang, Kong en Liu weer razendsnel verdwenen. Ik had graag nog wat nagepraat in een ontspannende omgeving”.
De reünie is daarmee in een flits voorbij en het echtpaar reist verder door China.
“Die ontmoeting op het Radio Instituut was wel het hoogtepunt van de reis”, vond Jutten, “al die tempels die we dag in dag uit bezochten, hadden we op een gegeven moment wel gezien. Maar ja, dat is het nadeel van een groepsreis”.
Tot slot vraag ik of Jutten nog communist is geworden na zijn laatste verblijf in China, een kwinkslag naar het begin van zijn boek. Daar verhaalt hij dat hij bij het eerste gesprek op de Chinese legatie in Den Haag zei dat hij absoluut geen communist wenste te worden, noch zo te praten en te denken.
Jutten moet lachen: “Nee hoor, dat is niet gebeurd en zal ook nooit gebeuren. Ik loop achter geen enkele leider aan”.
※※※




Opmerkingen