top of page

‘Een kleine vriendelijke daad kan grote invloed hebben’: Cheng Yen en het humanistisch boeddhisme

  • Foto van schrijver: Alex Van Egmond
    Alex Van Egmond
  • 19 jan 2025
  • 10 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 21 jan 2025

Shi Cheng Yen in 2008
Dharma meester Shih Cheng Yen in 2008 - Wiki Commons (edited)

Van het boeddhistische Tzu Chi-liefdadigheidsfonds (cí jì jījīn huì, 慈濟基金會) zullen niet veel mensen hebben gehoord, maar toch is het een grote internationale hulporganisatie die in geval van nood massale inzet van vrijwilligers biedt.


Onder andere bood zij noodhulp na de aardbeving in Nepal (2015), de orkaan Harvey in de Verenigde Staten (2017) en recentelijk hielp de organisatie overlevenden van de overstromingen in Brazilië.


De oprichtster is de Taiwanese boeddhist Shih Cheng Yen, een dame die zich al haar leven lang inzet voor anderen. In dit artikel een introductie in het humanistisch boeddhisme en het werk van Cheng Yen en haar Tzu Chi-liefdadigheidsfonds.


Tekst: Alex van Egmond


Dilemma

Kristofer Schipper noemt in zijn baanbrekende werk Tao, de levende religie het boeddhisme een universeel geloof dat, hoewel verwijderd van de maatschappij, toch meestal dicht tegen de overheid aanleunde en zwaar op de economie drukte.


Leshan Buddha
De grote Boeddha van Leshan (gebouwd in 713-803) - ©xiquinhosilva Wiki Commons

In het oude China was dit zeker zo. Critici tijdens de late Tang-dynastie (618-907) meenden dat boeddhisten meer betrokken moesten zijn bij de Chinese familie, in plaats van zich af te zonderen op hun weg naar verlichting.


Daarnaast ontvingen ze gulle giften van aanhangers (veelal de elite) en vergaarde daarmee een vermogen dat enkel werd gespendeerd aan schitterende heiligdommen, pagodes en beelden. Dit was één van de redenen waarom de Tang-keizer Wuzong boeddhisten vervolgde tijdens zijn regeringsperiode.


De vervolging bereikte een hoogtepunt in 845 na Christus toen meer dan 4000 tempels werden vernietigd en het gros van de monniken en nonnen werd verdreven.

Het boeddhisme overleefde deze vervolging, hoewel het nooit meer de populariteit zou evenaren die het genoot in de Sui- en Tang-dynastie.


Wanneer zo'n dramatische gebeurtenis plaatsvindt in de geschiedenis, dan volgt er vaak een moment van introspectie die hervorming mogelijk maakt, maar voor het boeddhisme zou dat nog eeuwen duren.


In de negentiende eeuw werd China geconfronteerd met Europese dominantie op militair en economisch terrein en stonden Chinese intellectuelen voor de volgende opgave: weerstand bieden óf volledige acceptatie óf het adopteren van enkele westerse invloeden.


Ook het boeddhisme zag zich geconfronteerd met dit dilemma en vond in de monnik Taixu de hervormer die het nodig had.


Nieuw boeddhisme

Taixu
Taixu - Wiki Commons (edited)

Taixu (1890-1947) werd geboren als Lu Peilin in de provincie Zhejiang. Op veertienjarige leeftijd trad hij toe tot de Xiao Jinhua-tempel in Suzhou en legde zijn lekenstaat af.


Een aantal jaar later raakte hij geïnteresseerd in het werk van revolutionairen als Kang Youwei en Liang Qichao, die hervormingen propageerden in de late Qing-periode en pleitten voor een constitutionele monarchie.


Als jongvolwassene begon hij verwoed te lezen en dit bracht hem al snel bij de ‘Drie Principes van het volk’, de politieke filosofie van Sun Yat-sen, vader van het moderne China. Parallel aan Sun Yat-sens doel om een moderne natie te creëren, stelde Taixu zich de creatie van een ‘nieuw boeddhisme’ in China voor.


Taixu bepleitte een samenvoeging van boeddhisme en socialisme, een compromis tussen westers humanisme en wetenschap, en authentieke boeddhistische waarden.

Hij noemde dit concept rénshēng fójiào (人生佛教), ‘boeddhisme voor de levenden’. Om het universele karakter van zijn visie te benadrukken, veranderde hij in 1933 de term naar rénjiān fójiào (人間佛教), oftewel ‘humanistisch boeddhisme’. Taixu schrijft in zijn nagelaten werk:


‘[..] eenieder heeft de taak om de maatschappij beter te maken met behulp van boeddhistische principes en ervoor te zorgen dat de mensheid vooruit gaat. Het is het boeddhisme dat de wereld verbetert’.


Overigens bestaat er binnen de boeddhistische gemeenschap een onderscheid tussen de lekenorde en de monnikenorde.


Een leek is een soort van parttimer die diensten kan verrichten voor de tempel, maar verder een eigen leven leidt in de maatschappij, terwijl nonnen en monniken zich volledig wijden aan boeddha en geen andere taken hebben.


Met zijn beroep op boeddhisme als een universele doctrine breidde Taixu het belang van de lekenorde uit. Hij schrijft:


‘De boeddhistische doctrine is niet verstoken van de gewone man of van de onafhankelijke wetenschap. […] Het is niet nodig het lekenleven te verlaten om van boeddha te leren’.


Toen hij in 1947 stierf, waren zijn pogingen om boeddhisme te hervormen mislukt door de politieke chaos in China.


Wegbereider

Een discipel van Taixu, Yin Shun (1906-2005), nam het humanistische boeddhisme mee naar Taiwan en ontpopte zich daar tot een belangrijke wegbereider.


Hij was geboren als Zhang Luqin in de provincie Zhejiang ten tijde van het einde van de Qing-dynastie. Tussen 1928 en 1929 overleden in korte tijd zijn vader, zijn moeder en zijn grootvader. Daarna was hij vrij om zijn eigen pad te kiezen in de wereld.


In 1930 besloot hij monnik te worden, nam de naam Yin Shun aan en ging fanatiek studeren. De burgeroorlog tussen de nationalisten en communisten noodde hem om China te verlaten, eerst naar Hongkong in 1947 en drie jaar later naar Taiwan.


Daar ontdekte hij dat de plaatselijke boeddhisten zich uitsluitend richtten op begrafenisrituelen, terwijl boeddha’s belofte om de levenden te helpen werd genegeerd. Het was zijn doel om deze trend te doorbreken.


Hij pleitte voor een actieve rol van boeddhisten in de maatschappij, want de boeddha leefde onder de mensen en niet afgezonderd. Daarnaast stimuleerde hij vrouwen zich te ontwikkelen, zowel binnen de boeddhistische gemeenschap als in de maatschappij.


Yin Shun and Cheng Yen
Yin Shun en zijn discipel Cheng Yen - Foto Alex van Egmond

Met name in scholing bleken vrouwen in Taiwan achtergesteld ten opzichte van de mannen. In 1951 bijvoorbeeld was de gemiddelde schoolgang van jongens vier jaar, die van meisjes slechts anderhalf jaar.


Er moet opgemerkt worden dat Yin Shun in deze meer een theoreticus was dan een activist, niettemin sloeg zijn concept van humanistisch boeddhisme goed aan bij vrouwen. Eén van was Cheng Yen.


Oprichtster

Cheng Yen werd als Jin Yun geboren in 1937 op Taiwan ten tijde dat het eiland nog een Japanse kolonie was. Ze groeide op in Taichung en een aantal tragische gebeurtenissen in haar jonge jaren confronteerde haar met de vergankelijkheid van het leven.


Zo maakten de luchtbombardementen op Taiwan tijdens de Tweede Wereldoorlog zeer grote indruk op haar en toen ze nog maar acht jaar was, verzorgde ze maandenlang haar zieke broer in het ziekenhuis. Op 21-jarige leeftijd overleed plotseling haar vader.


Tijdens de voorbereidingen voor de begrafenis maakte ze voor het eerst kennis met de leer van het boeddhisme. Over dat moment schrijft ze in haar memoires:


‘Die ene seconde dat ik werd getroffen door de diepe schok van vergankelijkheid en gedwongen werd om de antwoorden op het leven te ontdekken − dat was het keerpunt dat de richting van mijn leven bepaalde en het traject van mijn leven veranderde’.


Aangezien ze met veel levensvragen zat, verdiepte ze zich in de Lotus Sutra, de bekendste boeddhistische tekst. Na de begrafenis verlangde de familie dat ze haar vaders zaken voortzette en de financiële verantwoordelijkheid op zich nam.


Een verantwoordelijkheid die ze niet op zich kon nemen, want haar ambities waren groter.


Jin Yun wilde zich niet alleen inzetten voor haar familie, maar voor de hele wereld en liep tot twee keer toe weg van huis om een boeddhistische non te worden.

De tweede poging, naar het ver weg gelegen Hualien aan de oostkust, was succesvol.


Beach of Hualien
Het strand bij Hualien - ©Alex van Egmond

Toentertijd was de regio nauwelijks ontwikkeld en leefde ze daar onder Spartaanse omstandigheden. In 1963 reisde ze naar Taipei om zich te laten registreren voor de inwijdingsceremonie, waarbij de voorschriften (Jukai) centraal staan. Daarmee kon ze officieel een non worden.


Ze was echter niet op hoogte van het feit dat ze eerst twee jaar onderricht moest krijgen van een mentor voordat ze officieel mocht toetreden. Haar missie leek gedoemd en ze stond op het punt om terug te reizen naar Hualien, maar door een aantal miraculeuze wendingen stond ze plots oog in oog met Yin Shun.


Binnen het boeddhisme is het gebruik dat de novice en de mentor elkaar kiezen op basis van een zogenoemde karmische relatie (een relatie tussen mensen die elkaar kennen van vorige levens).


Jin Yun vertrouwde op karma en vroeg Yin Shun om haar onderricht te geven en zowaar accepteerde hij haar als novice. De acceptatie werd prompt uitgevoerd onder een boeddha-beeld, want de registratie sloot op het middaguur.


Yin Shun gaf zijn novice de naam Cheng Yen, wat ‘strikt’ betekent en strikt zou zij zich zeker houden aan de belofte om haar leven te wijden aan het boeddhisme en het welzijn van de mensheid.


Vele internationale onderscheidingen heeft ze sindsdien ontvangen, waaronder een vermelding in de lijst van meest invloedrijke personen van het TIME magazine in 2011. Ze is ook meermaals voorgedragen voor de Nobelprijs voor de vrede.


Nonnen en huisvrouwen

Na haar inwijding keerde Cheng Yen terug naar het achtergestelde Hualien. Ze vormde een groepje discipelen dat bestond uit nonnen en huisvrouwen en voorzag in levensonderhoud door babyschoentjes te naaien, truien te breien en een moestuin te onderhouden.


De groep voerde geen rituelen uit in ruil voor giften, zoals gebruikelijk was, maar leefde volgens de filosofie van ‘niet zwoegen, geen eten’.

In 1966 vormden twee gebeurtenissen de basis voor het Tzu Chi-liefdadigheidsfonds. Terwijl Cheng Yen op een dag een patiënt bezocht in een plaatselijke kliniek ontwaarde ze een grote plas bloed op de vloer.


Tzu chi Hualien
De Tzu Chi campus in Hualien - ©Alex van Egmond

Bij navraag bleek het van een inheemse vrouw te zijn die met familieleden vanuit de bergen naar de kliniek was gestrompeld, een tocht van acht uur. De familie bleek niet de benodigde registratiekosten te kunnen betalen, waarna de gewonde vrouw onverrichter zake rechtsomkeert moest maken.


Dit leed greep Cheng Yen aan en ze begon zich af te vragen wat haar groep zou kunnen betekenen. In hetzelfde jaar had ze ook een ontmoeting met drie katholieke nonnen die haar probeerden te bekeren.


Zonder succes overigens. Maar hun vraag waarom boeddhisten zich niet bezighielden met liefdadigheid, zoals armenzorg en het opzetten van ziekenhuizen, leidde tot diepe zelfreflectie.


Cheng Yen wist dat Siddhartha Gautama Boeddha, vaak als de stichter van boeddhisme aangeduid, mededogen als grootste goed zag.


Ze redeneerde dat mededogen niet alleen compassie voor het lijden van de medemens betekende, maar ook concrete actie om dit leed te verlichten. Siddhartha zelf zegt in zijn leer:


‘Wat is goedheid? Antwoord: Het uitvoeren van een barmhartige actie.’


Zodoende werd in mei 1966 het Tzu Chi-liefdadigheidsfonds opgericht met de missie om de samenleving van dienst te zijn.


Cheng Yen bedacht dat als zij, haar vijf discipelen en haar dertig huisvrouwen na de boodschappen één cent per dag uit het wisselgeld zouden doneren, op het eerste gezicht een onbeduidend bedrag, dit in een jaar tijd genoeg zou zijn om de registratiekosten te betalen van die inheemse vrouw.


Bamboebanken
Bamboebanken - ©Alex van Egmond

Nog steeds een druppel op een gloeiende plaat natuurlijk, maar het idee sloeg aan. Giften kon men kwijt in kleine, uit bamboe vervaardigde spaarvarkens, die door aanhangers werden verspreid en natuurlijk op regelmatige tijden werden geleegd.


De filosofie achter deze zogenaamde ‘bamboebanken’ is dat niet de hoogte van het bedrag, maar de schenking zelf van betekenis is. Dientengevolge blijkt de inzet van vrijwilligers van groot belang, want zij zijn degenen die tijd en energie opofferen voor de organisatie.


In 2023 had Tzu Chi volgens eigen gegevens bijna negentig miljoen officiële vrijwilligers in 44 landen, die zich grotendeels aangetrokken leken te voelen tot het boeddhisme, maar noodzakelijk is dit niet.


Een officiële vrijwilliger kun je worden na een tweejarige opleiding en door je te houden aan de tien voorschriften van de organisatie.


Die voorschriften verraden de Taiwanese origine van Tzu Chi, want naast een verbod om te doden, te stelen of alcohol te nuttigen, is er ook een verbod op het kauwen van betelnoten (een legale drug in Taiwan) en een dringend verzoek om de verkeersregels te volgen.


Aantrekkingskracht

Na meer dan een halve eeuw is Tzu Chi uitgegroeid tot een gigantische liefdadigheidsorganisatie die voornamelijk actief is in armoedebestrijding, gezondheidszorg en rampenbestrijding.


In 2023 was sprake van een omzet van ruim 294 miljoen USD, nota bene groter dan de inkomsten van Taipei, de hoofdstad van Taiwan.


Opmerkelijk genoeg bestond het merendeel van de vrijwilligers in de eerste decennia uit vrouwen. Inmiddels is die verhouding tussen mannen en vrouwen gelijk getrokken, maar het roept wel vragen op over de aantrekkingskracht van de organisatie.


Aan de ene kant vormen de activiteiten van de organisatie een uitlaatklep voor vrouwen die in een moeilijke thuissituatie zitten. Participatie geeft hen een gevoel van eigenwaarde buitenshuis en tijdens de activiteiten kan men ook steun krijgen van andere deelnemers.


Daarnaast heeft Tzu Chi geprofiteerd van de welvaart die in de jaren tachtig op gang kwam in Taiwan. Vrouwen uit de opkomende middenklasse kregen meer tijd en mogelijkheden, maar zaten nog wel klem in de traditionele Chinese familiepatronen.


Event Hall Tzu Chi
De grote evenementenhal van Tzu Chi in Hualien - ©Alex van Egmond

Via vrijwilligerswerk konden ze een nieuwe identiteit aannemen en hun rol als moeder uitbreiden naar de wereld. Een quote van deelneemster op de officiële website spreekt boekdelen:


“Ik had twee kinderen die ik overlaadde met verstikkende liefde. Ik was nooit tevreden met deze ziekelijke liefde. Maar nu heb ik zoveel kinderen. Ik beschouw iedereen die ik help als mijn eigen kind”.


Je begeven in de maatschappij kan echter ook confronterend zijn, zoals een andere welgestelde deelneemster ervoer na een bezoek aan een arme familie.


“Ik huilde de gehele weg naar huis toe. Nog nooit had ik mij zulke armoede voorgesteld. Altijd gaf ik enkel om mijn luxe levensstijl. Ik gaf nooit om anderen, of om wat er gaande was in de samenleving”.


Dit soort bekentenissen van deelnemers zijn typisch voor de pr van de organisatie. De nadruk ligt niet op het uitdragen van boeddhistische filosofie of ander intellectueel geneuzel, maar op concrete actie in de echte wereld en laat dat nu de grote aantrekkingskracht van Tzu Chi zijn voor vrouwen én mannen.


De spil van de organisatie is nog altijd de charismatische Cheng Yen die dagelijks op het eigen televisiekanaal Da Ai (Grote Liefde) haar vrijwilligers aanspreekt. De overkoepelende missie is schenken, want dat is een levenstaak die voor een gelukkiger bestaan zorgt, zoals Cheng Yen zegt:


‘Wanneer we onbaatzuchtig geven, dan voelen we dat ons leven reëel is en betekenis heeft'.

Officiële website: https://global.tzuchi.org/


※※※


Controverse

Door de jaren heen is Tzu Chi Foundation één van de grootste grootgrondbezitters in Taiwan geworden en dit brengt verantwoordelijkheden met zich mee. In 2015 kwam de organisatie in opspraak vanwege plannen om een 4,4 hectare groot gebied te herbestemmen voor ontwikkeling.


Milieuactivisten bekritiseerden dit voorstel, omdat het terrein een voormalig vijvergebied betrof dat door de stichting illegaal zou zijn drooggelegd, wat het risico op overstromingen in nabijgelegen landbouwgrond vergrootte.


Het ziekenhuis van Tzu Chi in Hualien - ©Alex van Egmond
Het ziekenhuis van Tzu Chi in Hualien - ©Alex van Egmond

Daarnaast wezen experts op de aanwezigheid van potentiële dip hellingen in het gebied, wat tot aardverschuivingen zou kunnen leiden. Als reactie op de publieke verontwaardiging trok Tzu Chi het voorstel in, in afwachting van een maatschappelijk consensus over het project.


Verder werd de stichting bekritiseerd voor het gebrek aan transparantie in haar financiële beheer en investeringspraktijken. Hoewel Tzu Chi aanzienlijke bedragen aan donaties ontvangt voor haar liefdadigheidswerk, werd er op gewezen dat de organisatie niet altijd duidelijk was over hoe deze fondsen werden beheerd en geïnvesteerd.


Bert Lim, voorzitter van de Taiwanese denktank World Economics Society, haalde het volgende voorbeeld aan:


'Er [werd ...] een aanzienlijke hoeveelheid donaties gedaan zonder ontvangstbewijs, bijvoorbeeld door toeristen die Tzu Chi-locaties bezoeken, evenals de inkomsten die worden gegenereerd door de tien ziekenhuizen die Tzu Chi in Taiwan exploiteert'.


Ondanks de nobele doelen van de stichting was er behoefte is aan meer openheid en verantwoording. Om het vertrouwen van het publiek te behouden, publiceert de organisatie sindsdien haar jaarlijkse financiële rapportages.


※※※


Opmerkingen


Abonneer om op de hoogte te blijven van updates

Bedankt voor het abonneren

© 2024 door Halte Oost | Stopover East. Powered and secured by Wix

bottom of page