Een 'Formosaan' in Londen : het mysterie George Psalmanazar
- Alex Van Egmond

- 9 jan 2025
- 12 minuten om te lezen

In de zomer van 1703 verscheen er in Londen een man met blond haar en een Europees uiterlijk, die claimde een bewoner te zijn van het eiland Formosa (nu Taiwan).
Zo'n beschrijving zal voor de moderne lezer, die de beschikking heeft over internet en wat wereldkennis, alle alarmbellen laten rinkelen, maar begin achttiende eeuw wist deze mysterieuze persoon het Engelse publiek jarenlang te misleiden.
Het leven van George Psalmanazar (1679-1763), die waarschijnlijk een Fransman was, is omgeven door raadsels.
Hij wist zijn publiek te overtuigen met zijn levendige verbeeldingskracht en valse informatie. Zijn verhalen werden in heel Europa populair en trokken de aandacht van wetenschappers en het grote publiek.
Tekst: Alex van Egmond
(On)waarschijnlijk
George Psalmanazar werd waarschijnlijk geboren in 1679, een geboortejaar dat uit het testament komt dat hij in 1752 optekende. Waarschijnlijk vond de geboorte plaats in Zuidwest-Frankrijk, maar de locatie is onbekend.
Zijn Franse achtergrond is gesuggereerd door pastoor Villette die Psalmanazar over een periode van twintig jaar kende en getuigde dat hij zeer goed Frans sprak met een provinciaal accent. Deze details laten al zien hoe moeilijk het is om de ware identiteit van Psalmanazar vast te stellen.
Zijn leven valt in twee periodes uiteen: het ene beslaat zijn jeugd, zijn verschijning in Londen als Formosaan en de sensatie die dat teweeg bracht, terwijl het tweede de bijna vijftig jaar na zijn beweringen bestrijken, een periode waarin Psalmanazar zich terugtrok uit het publieke leven.
Wat bekend is over Psalmanazar's jeugd is door hem zelf vastgelegd in Memoirs of ****. Commonly Known by the Name of George Psalmanazar, postuum verschenen in 1764.
Volgens eigen zeggen kwam hij uit een arme familie en genoot hij onderwijs onder Jezuïten en Dominicaner leraren, die hem Latijn, filosofie, theologie en algemene kennis bijbrachten.
Hij had een bovengemiddeld geheugen dat hem in zijn latere praktijken goed van pas zou komen. Als jongeman trad hij toe tot het leger van de Hertog van Mecklenburg en schreef zich in onder de naam Salmanazar, naar het bijbelboek Koningen 17:3.
Later voegde hij een 'p' toe aan zijn naam om verwarring te voorkomen. Het leger werd uitgezonden naar Sluis (Zeeuws-Vlaanderen) om in dienst van de Republiek te vechten tegen de Spaanse troepen in wat sindsdien de Spaanse Successie-oorlog wordt genoemd.
Als soldaat viel Psalmanazar al op vanwege zijn vreemde gedrag. Hij wees bijvoorbeeld het christendom af, wat de commandant van het regiment, brigadier Lauder, noodde tot een onderzoek.
Deze brigadier en het onderzoek dat begin 1703 plaatsvonden, vallen historisch te verifiëren, evenals de gebeurtenissen die hierna plaatsvonden.

Psalmanazar vertrok in de zomer naar Londen en maakte daar furore met zijn fantastische vertellingen. Zijn persona was plots een tot het christendom bekeerde Formasaan en in 1704 publiceerde hij een boek getiteld An Historical and Geographical Description of Formosa, waarin hij zijn fictieve achtergrond en ervaringen in detail beschreef.
Hoewel sommige mensen sceptisch waren over zijn verhalen, slaagde Psalmanazar erin velen te misleiden. In 1705 werd hij onder patronage van de bisschop van Londen naar Oxford gestuurd om te studeren.
In 1707 verscheen nog Dialogue between a Japonese and a Formosan en Enquiry into the Objections against George Psalmanaazaar of Formosa, zogenaamd geschreven door een groep devote aanhangers. Daarna taande zijn populariteit en was zijn bedrog wel duidelijk voor het grote publiek.
Hij bracht de rest van zijn leven door met twaalf ambachten, dertien ongelukken. Zo was hij enige tijd klerk in het leger, deed hij op een gegeven moment aan waaier-schilderen en schreef hij als broodschrijver compilaties en vertalingen.
Opmerkelijk was zijn interesse in theologische werken en zijn (echte) bekering tot het christendom in 1728. Hij kreeg zodoende ook interesse in Hebreeuws en wist daarmee zover te komen dat hij autoriteit in dat gebied verkreeg. Hij schreef enkele toevoegingen voor het geschiedeniswerk An Universal History from the Earliest Account of Time to the Present (7 delen, 1736-1750).
In 1747 schreef hij mede de Complete System of Geography, waarin Psalmanazar en zijn Formosaanse achtergrond als een maskerade wordt vermeld. Het is de enige confessie die bekend is, maar het citaat is in de derde persoon geschreven en er staat ook geen naam bij.
Psalmanazar stierf zo in 1763, zonder werkelijke bekentenis en met vele onbeantwoorde vragen rond zijn ware identiteit
Misleiding
Terwijl Psalmanazar in het leger van Mecklenburg diende, kwam hij in aanraking met William Innes, die als pastoor verbonden was aan het Schotse regiment. Innes bleek later zelf een grote bedrieger te zijn en dat is waarschijnlijk de reden dat hij het bedrog van Psalmanazar snel door had.
In Sluis claimde Psalmanazar een Japanse heiden te zijn die door een Jezuïetenpriester was ontvoerd uit zijn geboorteland. Hij droeg een notitieboekje bij zich waarin hij een gefantaseerd alfabet en gedichten had geschreven.
Innes vroeg hem een Latijnse tekst te vertalen naar zijn moedertaal, nam daarna het papier weg en vroeg hem vervolgens dezelfde tekst een tweede keer te vertalen.
De beide teksten verschilden natuurlijk van elkaar, maar in plaats van Psalmanazar te ontmaskeren, drukte Innes hem op zijn hart om voortaan voorzichtiger te zijn.
Al gauw spande Innes de jonge Psalmanazar voor zijn karretje door hem te gebruiken voor zijn oplichterspraktijken. Hij doopte Psalmazar en gaf hem de naam George. Vervolgens schreef hij een enthousiaste brief aan de bisschop van Londen, waarin hij Psalmanazar aanprees als een bekeerde inheemse Formosaan.

De Japanse identiteit veranderde dus in een Formosaanse, aangezien dit Aziatische eiland obscuurder was. De bisschop verwelkomde de twee bedriegers hartelijk, want een bekeerde wildeling was in zijn ogen prachtige propaganda voor de Angelsaksische kerk.
Eenmaal aangekomen in Londen werd Psalmanazars verschijning een ware sensatatie. Hij schoof als curiositeit aan bij diners van de vermogende en invloedrijke elite. Bij die gelegenheden brabbelde Psalmanazar in zijn verzonnen taal en at rauw vlees, want hij claimde dat dat een gewoonte was in Formosa.
Ook vertaalde hij de catechismus en het Onze Vader in het Formosaans. Beide werken presenteerde Innes maar wat graag aan de bisschop van Londen. In het eerste werk van Psalmanazar, An Historical and Geographical Description of Formosa (1704), gaat het laatste hoofdstuk in op de Formosaanse taal.
Psalmanazar ging hier zeer gedegen te werk en presenteerde niet zomaar een gefabriceerde taal. Hij putte zich uit in de details en beschreef zelfs de Formosaanse grammatica met uitleg over de werkwoorden, fonetiek, woordvorming en meer.
'De taal van Formosa komt overeen met de Japanse taal, behalve in de uitspraak van de letters', schreef hij.
Een claim van Psalmanazar was dat Formosa toebehoorde aan Japan, vandaar dat hij veelvuldig verwees naar Japan. Het land was toentertijd al een halve eeuw afgesloten voor buitenlanders, dus informatie was schaars.
Vernoemenswaardig is verder het Formosaanse alfabet dat hij opnam, compleet met de fonetische uitspraak en het Formosaanse letterteken. In de tweede editie van Description of Formosa voegde hij nog meer details toe aan het hoofdstuk over de Formosaanse taal.
Linguïst Thomas Reisner bestudeerde in de twintigste eeuw de verzonnen taal van Psalmanazar en concludeerde dat hij in zijn bedrog verder ging dan een ordinaire oplichter.
De Formosaanse taal van Psalmanazar was systematisch geconstrueerd en rationeel in haar regels. Zo maakte Psalmanazar afleidingen van woorden: nada, nadachion en nadayi, om dag, dagelijks en vandaag aan te geven.
Daarnaast was de Vader korian en werd het Onze Vader koriakia. Met andere woorden, Psalmanazar moet lange tijd hebben nagedacht over de constructie van de Formosaanse taal, waarschijnlijk al voordat hij in het leger van Mecklenburg diende.
Hij had daarbij veel profijt van zijn Latijnse achtergrond en gebruikte dat bijvoorbeeld bij de indeling van de werkwoordstijden. Net als in het Latijn onderscheidde hij er zes.
Ontmaskering
Het belangrijkste wetenschappelijke instituut uit die tijd, de Royal Society, was Psalmanazars verschijning in Londen niet ontgaan. Uit de bewaarde notulen van dit instituut weten we dat Psalmanazar tussen 1703 en 1704 een aantal keer aanwezig was bij de bijeenkomsten van de leden.

Stuk voor stuk waren dat vooraanstaande wetenschappers, die zeker zijn verhaal konden verifiëren of ontkrachten. Psalmanazar werd meerdere keren ondervraagd aangaande zijn Formosaanse identiteit.
Bij een van de bijeenkomsten was Jezuïtenpater Jean de Fontaney te gast, die aan het Chinese hof in Beijing was geweest. Hij weerlegde Psalmanazars argument dat Formosa bij Japan hoorde en legde het vuur aan zijn schenen aangaande de Chinese uitspraak en dialecten op het eiland.
Bij een andere gelegenheid ondervroeg astronoom Edmund Halley, de naamgever van de beroemde komeet, Psalmanazar over de duur van de schemer en het zonlicht op Formosa.
Een simpele test waarop hij faalde. In de zomer van 1705 was het de Royal Society wel duidelijk dat ze met een bedrieger te maken hadden, maar toch werd de bisschop van Londen niet op de hoogte gesteld.
Waarschijnlijk speelde animositeit tussen de Jezuïten en de Anglicaanse kerk hierin een rol. Hoe het ook zij, Psalmanazar was dat jaar in Oxford om daar te studeren op kosten van de bisschop, die natuurlijk hoopte dat Psalmanazar op een dag als missionaris zou terugkeren om zijn landgenoten te bekeren.
Toen Psalmanazar weer in Londen was, bleek zijn mede-oplichter Innes vertrokken te zijn voor een nieuw avontuur in Portugal. Vanaf dat moment werd het moeilijker voor Psalmanazar om zijn bedrog voort te zetten.
Hij bedelde hier en daar bij de weinige aanhangers die nog in zijn fantastische verhalen geloofden, maar gaandeweg ebde de interesse in de vermeende Formosaan weg.
Het is al verbazingwekkend genoeg dat Psalmanazar zijn publiek zolang wist te misleiden, zeker met zijn blonde haar en Europese uiterlijk.
Echter, het concept van onderscheid naar ras bestond nog niet en zou pas opgang maken met de theorieën van Georges-Louis Leclerc de Buffon en antropoloog Johann Friedrich Blumenbach in de tweede helft van de achttiende eeuw.

Begin achttiende eeuw voldeed George Psalmanazar aan de stereotype verwachtingen die Europeanen hadden van een inheemse Formosaan, dat wil zeggen een antipode, het tegenovergestelde in gewoontes en gebruiken van een Europeaan.
Psalmanazar kon doorgaan voor een Formosaan door simpelweg zich anders te kleden, anders te gedragen en anders te eten. De fascinatie in Europa voor het exotische deed de rest en bovendien was hij als wilde geen bedreiging.
Psalmanazar ging geraffineerd te werk in zijn maskerade, want hij leerde snel en paste zijn leugen steeds aan. In opeenvolgende edities van An Historical and Geographical Description of Formosa weerlegde hij constant argumenten van zijn tegenstanders, maar voegde hij ook de toen beschikbare, zij het schaarse, informatie over Formosa toe.
De keuze voor Formosa als thuisland, waarschijnlijk ingegeven door Innes, was daarom perfect. De belangrijkste bron over de inwoners kwam van George Candidius, een missionaris die vanaf 1627 tien jaar verbleef op het door de VOC bezette deel van Formosa.
In 1645 en 1646 verscheen zijn relaas in twee delen, Discours ende cort verhael van 't eylant Formosa. Origineel in het Nederlands, maar delen van het relaas vonden hun weg in Engelse vertalingen en in 1704 was het zelfs in zijn geheel beschikbaar in vertaling.
Psalmanazar nam enkele feiten over in zijn tweede editie, maar eigenlijk was dat niet nodig om zijn leugen te ondersteunen. Candidius en andere westerlingen waren niet ver doorgedrongen op het eiland.
Nota bene driekwart van Formosa was onontdekt en dit zou zo blijven tot ver in de negentiende eeuw. Psalmanazar kon dat altijd aandragen om zijn bedrog kracht bij te zetten.
Een hardnekkig alfabet
Psalmanazars bedrog bleek dus lastig te ontmaskeren, aan de ene kant vanwege religieuze spanningen en de onbekendheid met Formosa.

Aan de andere kant was zijn An Historical and Geographical Description of Formosa voor de achttiende-eeuwer simpelweg niet te onderscheiden van andere reisverhalen die verschenen. Veel van die verslagen bevatten eveneens fantastische elementen.
Zo beschreef Candidius heel stellig de gewoonte dat Formosaanse vrouwen tot hun dertigste jaar en soms zelfs tot hun zesendertigste jaar hun kinderen lieten aborteren door lokale priesteressen. Dit was natuurlijk een vreselijke daad die inging tegen god en gebod.
Nu was abortus zeker wijdverspreid onder de Siraya, de inheemsen waarmee de VOC op Formosa te maken had, maar waarschijnlijk dikte Candidius de praktijk aan om hun bijgeloof en achterlijkheid te onderstrepen.
Psalmanazars maskerade genereerde ironisch genoeg meer aandacht voor het onbekende Formosa, met name voor de lokale talen op het eiland.
Het Onze Vader vertaald in het Formosaanse alfabet van Psalmanazar verscheen bijvoorbeeld in diverse compilaties, zoals in Oratio dominica in diversas (1715) van John Chamberlayne.
Het werk bevatte een collectie van het Onze Vader in meer dan 150 talen. Onder andere werd het Onze Vader in het Siraya opgenomen, opgetekend door missionaris Robertus Junius, de opvolger van Candidius. Opmerkelijk genoeg werd Psalmanzars versie, hoewel in twijfel getrokken, toch toegevoegd.

Het Formosaanse alfabet van Psalmanazar begon zo een eigen leven te lijden, want het verscheen opnieuw en uitgebreider in de Duitse compilatie van Benjamin Schulze, Orientalisch-und Occidentalischer Sprachmeister (1748).
Ruim tweehonderd vertalingen van het Onze Vader waren opgenomen, waaronder die van Psalmanazar, alsook zijn valse beschrijving van de grammatica en het alfabet. Dit laatste bleek Psalmanazars meest hardnekkige leugen te zijn die eeuwen na zijn dood in 1763 nog voor verwarring zou zorgen.
Voor lange tijd waren de verslagen van de Hollandse missionarissen uit de zeventiende eeuw de enige bronnen over de toen bekende talen Siraya en Favorlang op Formosa. Pas in de negentiende eeuw kwam er meer informatie beschikbaar, ter plekke verzameld door amateur-linguïsten.
De verscheidenheid van de Formosaanse talen werd toen wel duidelijk, maar zelfs nog in 1887 schreef de Franse oriëntalist Terrien de Lacouperie dat er drie schriften werden gebruikt op Formosa: Chinees, Romaans én een Formosaans alfabet.
Pas begin twintigste eeuw wisten de Japanse onderzoekers Naoyoski Ogawa en Erin Asai de mythe van het Formosaanse alfabet van Psalmanazar definitief te ontkrachten: de inheemse bevolking van Taiwan had nooit een schriftelijke overlevering gehad.
※

Behalve veel vragen rondom Psalmanazar's identiteit blijft ook de vraag onbeantwoord waarom hij zijn maskerade opzette en zo lang volhield. In tegenstelling tot zijn mede-oplichter William Innes, die er later berucht om zou worden, ging het hem niet om geld of vrouwen.
Mijns inziens zat er in Psalmanazar een fantast, maar één met een groot talig vermogen. Hij had een groot schrijver kunnen worden in zijn tijd, zoals Jonathan Swift en Samuel Johnson, maar zijn maskerade zat hem uiteindelijk in de weg.
Hoe het ook zij, George Psalmanazar blijft een intrigerend voorbeeld van de kracht van verbeelding en de neiging van mensen om te worden misleid door opmerkelijke, maar valse verhalen.
※※※
An Historical and Geographical Description of Formosa
In 1704 verscheen Psalmanazars belangrijkste werk, dat hij in twee maanden tijd schreef, want gezien de populariteit die hij in Londen genereerde, werd hij door zijn uitgever aangemaand om haast te maken.
Het bevat prachtige kaarten, illustraties en gedetailleerde beschrijvingen die zijn leugens ondersteunden, maar begint ook met een ellenlange uitleg over waarom hij zich bekeerde tot het christendom.
Waarschijnlijk voegde hij dit toe om zijn mecenas, de bisschop van Londen, te plezieren. Het werk is namelijk ook opgedragen aan de bisschop. Psalmanazar schreef het manuscript in het Latijn en vanuit die taal werd het vertaald naar het Engels, want hij was de Engelse taal niet machtig genoeg.

De eerste uitgave verscheen dus in het Engels en verkocht zeer snel, zodat in 1705 een tweede editie verscheen. In hetzelfde jaar verscheen ook de Franse vertaling bij boekverkoper Roger D'estienne in Amsterdam en de Nederlandse vertaling bij boekverkoper Pieter vander Veer in Rotterdam.
Beschryvinge van het eyland Formosa in Asia, en der regering, wetten zeden, en godsdiemst der inwoonders werd echter matig onthaald in de pers. De Boekzaal van juli-augustus, een van de eerste tijdschriften voor literaire kritiek, trok de authenticiteit van Psalmanazar direct in twijfel.
In het volgende nummer werd een rectificatie opgenomen. De redacteur verzekerde zijn lezers van de authenticiteit, want vanuit verschillende betrouwbare bronnen had hij vernomen dat 'Psalmanazar's verhaal absoluut waar was en geen fictie'.
Het mocht weinig baten want het bleef bij één uitgave in Nederlandse vertaling. De Engelse en Franse uitgave verkochten beter en werden een keer op keer herdrukt. Merkwaardig is dat de Nederlandse vertaling begint met een voorrede waarin de Jezuïeten ervan langs krijgen, terwijl in de Franse en Engelse vertaling dit ontbreekt.
Waarschijnlijk speelde ook hier weer religieuze gevoelens mee, want Vander Veer publiceerde begin achttiende eeuw theologische werken van vrijzinnige predikanten en stond dus niet positief tegenover het katholicisme.
De Chinese prinses
Psalmanazar was niet de enige bedrieger die opgang maakte in Europa. Begin 1690 dook er een jongedame op in Parijs die claimde een Chinese prinses te zijn. Ze was waarschijnlijk ook van Franse achtergrond en net als Psalmanazar gedroeg ze zich als een 'antipode' in haar gewoontes en haar kledingstijl.




Opmerkingen