top of page

Een oog en een arm als medicijn: Guanyin verering op het eiland Putuoshan

  • Foto van schrijver: Alex Van Egmond
    Alex Van Egmond
  • 6 nov 2024
  • 10 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 30 dec 2024

Guanyin, ook wel bekend als de Godin van Mededogen, is een populaire figuur in Oost-Azië vanwege haar compassie, mededogen en onvoorwaardelijke liefde voor alle levende wezens.


Guanyin op een lotusblad
Mediterende Guanyin - Created in DeepAI

Haar oorsprong ligt in het oude Indiase boeddhisme, waar zij bekend stond als Avalokiteshvara en een mannelijke verschijningsvorm had. Gaandeweg nam men in China haar beeltenis en leer over en paste dit aan, zodat ze nu als een vrouwelijke godheid wordt afgebeeld.


Volgens de legende verscheen ze als bodhisattva op het eiland Putuoshan en bereikte ze daar de verlichting. Vandaar dat het eilandje voor de kust van Zhejiang provincie een grote aantrekkingskracht uitoefent op pelgrims, die al eeuwenlang de spirituele plek bezoeken om de godin te vereren. Met een beetje geluk kunnen zij haar aanwezigheid ervaren.


Tekst: Alex van Egmond


Oorsprong

Het verhaal van Guanyin begint met de figuur Avalokiteshvara, een mannelijke bodhisattva van mededogen in het Mahayana-boeddhisme. In de eerste Chinese vertaling van de Lotus Sutra (276 na Christus) wordt de figuur vermeld als Guanshiyin (觀世音), wat in het Chinees betekent 'zij die de alle gebeden hoort en neerkijkt op de wereld en alle hulpkreten hoort'.


Na verloop van tijd heeft Avalokiteshvara een transformatie ondergaan, waarbij de beeltenis veranderde van mannelijk naar vrouwelijk. Deze verandering kan worden verklaard door verschillende factoren, waaronder culturele, religieuze en sociale invloeden.


Ten eerste speelden culturele en religieuze overwegingen een rol bij de transformatie van Avalokiteshvara naar Guanyin. In sommige culturen, met name in Oost-Azië, werd het vrouwelijke aspect geassocieerd met mededogen, genade en moederlijke liefde.


Het beeld van Guanyin als vrouwelijke godheid paste beter bij de symboliek van mededogen en genade die zij vertegenwoordigde. Dit paste ook binnen de bredere context van het Chinese taoïsme, waarin vrouwelijke godheden en de verering van de vrouwelijke energie alomtegenwoordig waren.


Daarnaast waren er sociale factoren die hebben bijgedragen aan de transformatie. In het Chinese boeddhisme ontstond er een sterke devotie voor Guanyin, vooral onder vrouwen.


Zittende Guanyin
Zittende Guanyin ©Alex van Egmond

Het beeld van een vrouwelijke godheid als Guanyin gaf vrouwen een herkenbare figuur om zich tot te richten, iemand die empathie en begrip toonde voor hun specifieke moeilijkheden en zorgen. Hierdoor ontstond er een sterke band tussen de aanbidding van Guanyin en vrouwen in de samenleving.


Ten tweede is het belangrijk om de context van de Tang-dynastie (618-907) en de houding van de keizer ten opzichte van het boeddhisme te begrijpen. De Tang-dynastie was een tijdperk van politieke stabiliteit, economische welvaart en culturele bloei in China.


Het boeddhisme kreeg voor het grootste deel van deze periode veel steun van de keizerlijke familie en de heersende elite. Met name Keizer Taizong (598-649) was positief gestemd ten opzichte van het boeddhisme en hij zag het boeddhisme als een positieve invloed op de samenleving en ondersteunde de verspreiding ervan.


Keizer Taizong zelf beoefende het boeddhisme actief en droeg bij aan de bouw van boeddhistische tempels en de promotie van boeddhistische geschriften. De keizerlijke steun voor het boeddhisme tijdens de Tang-dynastie zorgde voor een gunstig klimaat voor de verspreiding en ontwikkeling van het geloof.


Het boeddhisme werd daardoor een integraal onderdeel van de Chinese cultuur, waarbij lokale tradities en geloofsovertuigingen werden vermengd, zoals taoïsme en confucianisme.


Rond 828 stond in veel boeddhistische tempels een beeld van Guanyin. De legende van Miaoshan circuleerde waarschijnlijk al rond deze tijd.

※※※


Er was eens een prinses die in de Tang-dynastie werd geboren, genaamd Miaoshan. Ze was de derde dochter van koning Miaozhuang en werd opgevoed in weelde en luxe.


Echter, Miaoshan toonde al op jonge leeftijd een sterke afkeer van wereldse bezittingen en een diep verlangen om het religieuze pad te volgen.


Miaoshan's vader, koning Miaozhuang, was van plan een huwelijk voor haar te regelen. Maar Miaoshan weigerde herhaaldelijk om te trouwen en koos ervoor om een leven van kuisheid en spirituele toewijding te leiden. Dit zorgde voor grote woede en onbegrip bij haar vader.


Volgens de legende onderging Miaoshan zware beproevingen om haar vader te overtuigen van haar toewijding aan het boeddhistische pad. Ze doorstond martelingen, werd in een klooster geplaatst en onderging verschillende ontberingen.


Desondanks bleef ze vastberaden in haar spirituele zoektocht. Haar vader ging zelfs zover dat hij haar ter dood veroordeelde, maar tijdens de executie breekt het zwaard in stukken op haar nek.


Aan het einde van de legende krijgt koning Miaozhuang een leverziekte, die alleen genezen kan worden als een welwillend en onbaatzuchtig persoon zijn of haar arm en oog afstaat. Zonder dat de vader het weet, offert Miaoshan haar armen en ogen op.


De koning geneest en dankt de donor in de tempel. Wanneer hij erachter komt dat het zijn eigen dochter was, valt hij uit schaamte op zijn knieën en smeekt om vergeving.


Miaoshan transformeert vervolgens in Guanyin, de duizendarmige bodhisattva van Avalokiteshvara.


Deze vertelling, die in 1100 werd gebeiteld in steen als De cult van Miaoshan in het klooster van de Geurende Heuvels, weerspiegelt het grenzeloze mededogen en de zelfopoffering van Guanyin.


Het verhaal verbindt de oude legende van Miaoshan, die daarvoor alleen in fragmenten circuleerde, met die van Guanyin en benadrukt het belang van het helpen van anderen, zelfs als dat betekent dat men persoonlijke offers moet brengen.


Maar meer nog is deze legende een rechtvaardiging van boeddhisme over het toen dominante confucianisme. Veel vrouwen zaten gevangen in hun sociale rol van toekomstige echtgenote en moeder.


De Miaoshan legende bood een alternatief, want door weerstand te bieden tegen de wensen van haar vader blijft zij kuis, hoewel dat indruist tegen het confucianistische ideaal van gehoorzaamheid aan de ouders.


※※※


Eiland Putuoshan

Putuo als een pelgrimsplaats is nauw verbonden met de verspreiding en ontwikkeling van het boeddhisme in China. In de Han-dynastie (206 voor Christus-220 na Christus) verschenen de eerste boeddhistische monniken in China om via de zijderoute het geloof te verspreiden.


Boeddhistische monniken
Boeddhistische monniken ©Joop van Egmond (MOND)

Ze namen de Indiase geschriften mee die in de daaropvolgende eeuwen werden vertaald naar het Chinees. In de al eerder vermelde Lotus Sutra wordt gesproken over Potekala, de berg waar de bodhisattva Avalokiteshvara verschijnt.


De beschrijving van de berg Potekala is zeer algemeen, waardoor diverse bergpieken in Azië gaandeweg werden geassocieerd met het mythische Potekala, zoals ook de berg Putuo.


Twee gebeurtenissen maakten van Putuo een Potekala: in 847 vestigde een Indiase monnik zich op de berg die volgens eigen zeggen persoonlijk onderricht kreeg van de Bodhisattva Avalokiteshvara en omstreeks dezelfde tijd strandde de Japanse monnik Egaku op het eiland na een storm.


Volgens de legende was Egaku onderweg naar Japan en had hij een beeld van Guanyin bij zich dat hij tijdens een pelgrimage naar de berg Wutai had verkregen. Alleen door het beeld achter te laten, had Egaku toestemming van Guanyin om zijn reis naar Japan voort te zetten.


Egaku richtte een tempel op om het beeld te huisvesten, waar het sindsdien bekend stond als 'Guanyin-die-niet-wilde-vertrekken'.

Gedurende de eeuwen heen groeide de populariteit van Putuoshan als een bedevaartsoord voor boeddhisten. Keizers, geleerden, diplomaten en gelovigen bezochten het eiland om te mediteren, te bidden en te studeren.


Putuo was gunstig gelegen op het kruispunt van scheepvaartsroutes, wat de connectie tussen Japan, Korea en India verklaart. Tijdens de daaropvolgende dynastieën kende Putuoshan pieken en dalen in zijn spirituele en fysieke ontwikkeling.


Fayunshen Tempel, Putuoshan
Fayunshen Tempel, Putuoshan ©Alex van Egmond

De eeuwenlange aanwezigheid van het boeddhisme op het eiland bracht talloze renovaties, uitbreidingen en veranderingen met zich mee in de tempels en kloosters. Sommige werden verwoest tijdens oorlogen en opstanden, terwijl andere werden herbouwd en gerestaureerd.


Zo roofden de Hollanders in 1665 bronzen beelden en andere voorwerpen uit de tempels met een geschatte waarde van 200,000 tael zilver (ruim € 40.000) en in 1387 werden bijna alle tempels vernietigd nadat de Ming-keizer een maritiem embargo uitvaardigde. Daarmee legde hij handel over zee stil.


In de Qing-dynastie (1636-1912) bereikte het boeddhisme een hoogtepunt op het eiland, met de bouw van veel nieuwe tempels en kloosters. Veel van de bestaande architectuur die tegenwoordig op het eiland te vinden is, hebben hun oorsprong in deze periode.


Keizer Kangxi liet zijn eunuchen bijvoorbeeld geld sturen naar het eiland voor de bouw van tempels en benadrukte in een edict de keizerlijke status van het eiland. Aan het einde van de negentiende eeuw kreeg het eiland faam onder de buitenlandse gemeenschap vanwege de mooie stranden.


Vanuit Ningbo en later vanuit Shanghai, toen er een stoombootdienst kwam, werd Putuo een plezierig dagje uit voor hen. Na de oprichting van de Volksrepubliek China in 1949 werd het boeddhisme aanvankelijk onderdrukt tijdens de Culturele Revolutie (1966-1976).


Tempels werden gesloten en monniken werden gedwongen het religieuze leven op te geven, zo ook op Putuo. Een handjevol bejaarde monniken mocht op het eiland blijven om de laatste jaren van hun leven uit te zingen en naar schatting werden 17.000 beeltenissen en 34.000 boeken vernietigd door de Rode Gardisten.


Na deze periode van onderdrukking herleefde het boeddhisme echter. Putuoshan werd opnieuw een belangrijke bestemming voor boeddhistische pelgrims en toeristen, waarbij de laatsten ver in de meerderheid zijn.


De belangrijkste boeddhistische tempels, zoals de Fayu-tempel, de Huiji-tempel en de Puji-tempel, zijn gerestaureerd en vormen belangrijke spirituele centra.


Werklui op Putuoshan
Werklui op Putuoshan ©Alex van Egmond

Aziatische Maria

De relatie tussen Guanyin en Moeder Maria is interessant vanuit een interreligieus perspectief, waarbij overeenkomsten en vergelijkingen tussen verschillende religies en spirituele figuren worden verkend.


Hoewel Guanyin afkomstig is uit het boeddhisme en Moeder Maria uit het christendom, zijn er enkele opvallende overeenkomsten tussen deze twee figuren van mededogen en genade.


Een van de belangrijkste overeenkomsten tussen Guanyin en Moeder Maria is hun rol als symbolen van mededogen en barmhartigheid. Beiden staan bekend om hun onvoorwaardelijke liefde voor alle wezens en hun bereidheid om hulp te bieden aan degenen die lijden.


Zowel Guanyin als Moeder Maria worden gezien als troostende figuren die luisteren naar de smeekbeden en gebeden van mensen en hen bijstaan in hun moeilijkheden.

Beiden spreken vooral vrouwen aan die een kind verlangen of bescherming zoeken bij de bevalling. In de Lotus Sutra hoort Guanyin vrouwen aan die vragen om een gezonde zoon en willigt deze smeekbeden in.


Een ander opvallend aspect van hun relatie is de iconografische gelijkenis tussen de twee figuren. Zowel Guanyin als Moeder Maria worden vaak afgebeeld met een serene en compassievolle uitdrukking, vergezelt van een kind en met een bloem: Guanyin met een lotusbloem en Moeder Maria met een anjer.


Ook worden zowel Moeder Maria als Guanyin vereerd door zeelieden en vissers. In Frankrijk neemt het beeld van Moeder Maria bijvoorbeeld deel aan een waterprocessie op 15 augustus en in Oost-Azië is Guanyin zich gaan vereenzelvigen met de beschermvrouwe van de zee, Mazu,


Vermenging en adoptie van verschillende elementen binnen het Chinese religieuze systeem is op zich niets nieuws. Hoezeer Moeder Maria en Guanyin gerelateerd zijn aan elkaar, blijkt wel uit de vondst van Guanyin-beeldjes in Japan die in het geheim werden vereerd door Christenen.


Tijdens de Edo-periode (1603-1868) was beoefening van de 'buitenlandse' religie voor twee eeuwen verboden, vandaar dat Japanse christenen zich voordeden als boeddhisten en clandestien hun geloof uitoefenden. In de Guanyin-beeldjes zaten stiekem christelijke symbolen verborgen.


Hoewel er dus enige overeenkomsten zijn tussen Guanyin en Moeder Maria, is het belangrijk om te benadrukken dat ze elk hun eigen unieke context en betekenis hebben binnen hun respectieve religies.


Guanyin wordt gezien als een bodhisattva, een wezen dat streeft naar verlichting en ervoor kiest om in dit wereldse bestaan te blijven om anderen te helpen. Moeder Maria, aan de andere kant, wordt vereerd als de moeder van Jezus Christus, de zoon van God.


Ondanks deze verschillen blijft men proberen om bruggen te slaan tussen de verering van Guanyin en Moeder Maria, waarbij gewezen wordt op hun gedeelde waarden van compassie, mededogen en onvoorwaardelijke liefde.


Het benadrukken van de spirituele wijsheid en deugden van beide figuren heeft dan tot doel om zo wederzijds begrip en respect tussen boeddhisten en christenen te bevorderen.


Verschijningen

Veel heilige plaatsen in de wereld zijn verbonden met wonderen en andere onverklaarbare gebeurtenissen. Denk maar aan bedevaartsplaatsen als de grot van Lourdes in Frankrijk, waar na de verschijning van de Maagd Maria in 1858 aan het meisje Bernadette, tientallen genezingen en andere miraculeuze zaken zich voltrokken.


De mogelijkheid om een bijzondere ervaring te hebben, maakt pelgrimages nu eenmaal aantrekkelijk en de berg Putuo vormt hierop geen uitzondering. De legende van de Japanse monnik Egaku is al genoemd, maar er zijn meer mysterieuze zaken gerapporteerd.


Veel verschijningen van Guanyin deden zich voor bij de Geluid van de getijden-grot in het zuidoostelijke deel van het eiland, waar de golven al eeuwenlang op de rotsen slaan van een schiereiland, dichtbij de Puji-tempel.


In 1148 ontwaarde pelgrim Shi Hao gunstige tekenen in een kop thee die hij de bodhisattva aanbood, maar hij zag Guanyin niet.

Toen hij in de middag langs de geërodeerde rotsen liep van de Geluid van de getijden-grot, zag hij eveneens niets, maar op aanwijzingen van een monnik keek hij eens goed in de diepte en zag Guanyin 'met duidelijke trekken en stralend in goud'.


Beeld van Guanyin
Beeld van Guanyin ©Alex van Egmond

Ook beroemde personen kunnen deze ervaring hebben. In 1916 had Sun Yat Sen een visioen tijdens een militair bezoek aan Putuo. De revolutionair, die in 1912 voor enkele maanden de eerste president werd van de Republiek van China, inspecteerde de militaire havens op het eiland.


Tijdens een rondwandeling zag hij bij de Huiji-tempel 'een wazige poort met kleurige bloemen en vlaggen'. Monniken hadden zich verzameld om een gast te verwelkomen en toen Sun Yat-sen dichterbij kwam, ontwaarde hij een groot, stralend wiel dat ronddraaide.


'Ik was al voorbij de tempel, toen het spektakel plotseling verdwenen was', zo schreef hij in zijn memoires.


Voor de christelijke Sun was het zien van het zogenaamde Dharma-wiel een verrassende ervaring. Hij verklaarde zijn visioen als een uiting van het spirituele wezen op het pittoreske eiland. Het visioen is onderdeel geworden van de folklore en legendes van Putuoshan. In 1995 plaatste men een gedenksteen bij de Fayu-tempel die herinnert aan het voorval.


Sun Yat-sen repte over een spiritueel wezen en niet over een goddelijke Guanyin, zoals vele bezoekers voor hem. Wat die spiritualiteit betreft, moet ik hem gelijk geven: Putuoshan roept onverklaarbare zaken op.


Strand te Putuoshan
Strand te Putuoshan ©Joop van Egmond (MOND)

Tijdens mijn eerste en enige bezoek aan het eiland in 2007 was ik vergezeld door mijn ouders en verbleven we een week op het eiland.


Op een dag lagen mijn moeder en ik ziek op ons bed en ging mijn vader die ochtend de deur uit voor een wandeling langs het Duizend-stappen-strand. Bij terugkomst vertelde hij enthousiast over een bijzondere ervaring die hij had op het verder lege strand.


Bij de vloedlijn, een kilometer of twee van het hotel, zag hij dat zijn initialen in het zand geschreven stonden. Hij vroeg zich logischerwijs af hoe dat kon, maar wij konden het niet voor hem verklaren.


Het hotel hadden wij niet verlaten en andere buitenlandse toeristen hadden we niet gezien de afgelopen dagen. Een Chinees had de schrijver kunnen zijn, maar het lag niet voor de hand dat deze persoon in westers schrift zou schrijven.


Zo blijft het voorval tot op de dag vandaag onopgelost. Wellicht kan dit verhaal worden opgenomen in de toekomstige geschiedschrijving van Putuo en haar Guanyin, want het past perfect in de wonderlijke gebeurtenissen die de plek oproept.


※※※

Opmerkingen


Abonneer om op de hoogte te blijven van updates

Bedankt voor het abonneren

© 2024 door Halte Oost | Stopover East. Powered and secured by Wix

bottom of page