top of page

'Een hoopvol leven': Schrijver, denker en uitvinder Dr. Lin Yutang, deel II

  • Foto van schrijver: Alex Van Egmond
    Alex Van Egmond
  • 7 okt 2024
  • 11 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 26 okt 2025

Portret Lin Yutang
Portret van Lin Yutang - Created in DeepAI

In deel I maakten we kennis met het leven en werk van de tweetalige auteur en bruggenbouwer Dr. Lin Yutang (1895-1976), een sleutelfiguur tijdens de turbulente ontwikkelingen in het China van de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw.


Met zijn bestsellers My Country and My People (1935) en The Importance of Living (1937) als eerste Chinees-Amerikaanse auteur faam verwierf in de Verenigde Staten.


Begin jaren vijftig treffen we echter een berooide Lin aan, die het merendeel van zijn lezers is kwijtgeraakt vanwege zijn politieke standpunten. Bovendien is de vriendschap opgebroken met zijn belangrijkste promotors in de Verenigde Staten, Pearl S. Buck en haar uitgeversman Richard Walsh.


Hoe Lin deze beproevingen onderging en waar hij zich de laatste dertig jaar van zijn leven mee bezighield zijn het onderwerp van deel II.


Tekst: Alex van Egmond


In 1935 schrijft Lin enigszins treurig in My Country and My People:


'Langzaam en moeizaam is het bewustzijn gekomen, dat hoe meer wij veranderen, des te meer wij hetzelfde blijven; dat de wezelijke staat van zaken, de wezelijke corruptie, de nietigheid en de onmacht, die schuilen onder het oppervlakkige wijzigingen in het regeringsstelsel blijven bestaan; en de wezelijke hopeloosheid ook'.


Hoewel de periode waarin diverse krijgsheren een greep deden naar de macht achter de rug lag en er dankzij de inspanningen van generaal Chiang Kai-shek relatieve eenheid kwam in China, bleef er nog genoeg om op te vitten.


Aan de ene kant groeide de economie in de periode 1927-1937. Er werden grote overheidsprojecten opgezet door de Nationalistische regering en ondernemers kregen meer ruimte om bedrijven op te zetten. Aan de andere kant werd de Nationalistische regering geplaagd door corruptie en waren facties binnen de partij voortdurend met elkaar in gevecht.


Lin meende dat Chiang Kai-shek, die sinds 1928 president was van de één partij-staat, een tunnelvisie had en enkel op militaire wijze kon denken. Vanuit zijn democratische inborst vond Lin het onverteerbaar dat Chiang zo 'eigenwijs' was om niet met de communisten samen te werken.


Maar twee decennia later moet China's 'wezelijke hopeloosheid' voor Lin nog heviger zijn binnengekomen. Na de ontwrichtende oorlog tegen het Japanse keizerrijk volgde een bloedige burgeroorlog en ten slotte stichtte voorzitter Mao Zedong een totalitaire staat in 1949.


Curieuzer was de ommezwaai die Lin maakte tijdens deze jaren, toen hij de standpunten van de Nationalisten ging overnemen en verdedigen. De daling van Lin's populariteit, met name bij het liberale lezerspubliek, werd ingezet na publicatie van The Vigil of a Nation (1944).


Het bevatte een reisverslag van Lin naar China in de wintermaanden van 1943-44, waarbij hij onder andere een ontmoeting had met Chiang Kai-shek, zeven provincies bereisde en sprak met communistische aanhangers, Japanse krijgsgevangenen, zakenlui en boeren.


Lin vermoedde dat de kloof tussen de communisten en de nationalisten onoverbrugbaar was geworden en voorspelde daarmee de aankomende burgeroorlog.

Ondertussen leefde en werkte Lin allang in de Verenigde Staten en gebruikte hij de faam die hij had verkregen met zijn bestsellers om zich in essays, lezingen en interviews te verzetten tegen enerzijds westers imperialisme en anderzijds de 'China-experts', zoals Edgar Snow, die met zijn Red Star over China (1937) de belangrijkste vertolker was van kennis over China in de Verenigde Staten.


In deel I lazen we al dat de China-experts Lin bestreden om zijn anti-communistische denkbeelden. Hoewel Lin, net als de China-experts, zichzelf een 'kosmopolitische liberaal' noemde en een groot voorstander was van democratische waarden moest hij constateren dat de liberalen in de Verenigde Staten de stichting van een communistisch China een goede ontwikkeling vonden.


Hoe kwam het dat Lin zo'n draai maakte en achter Chiang Kai-shek ging staan, de man die hij decennia eerder nog spottend de 'hondenvlees-generaal' noemde?


Tegenstrijdigheden

In Memoirs of an Octagerian (1975), waarin de tachtigjarige Lin terugkijkt op zijn bewogen leven, noemt hij zichzelf 'een vat vol tegenstrijdigheden'. Eén van die tegenstrijdigheden was zijn terugkeer tot God. Op achttienjarige leeftijd verliet hij het geloof waarmee hij was opgegroeid, om ruim veertig jaar later weer christen te worden en als christen te leven. In From Pagan to Christian (1959) legde hij zijn beweegredenen uit.


Een tweede voorbeeld van zijn tegenstrijdigheden was zijn steun aan de Nationalisten. Zoals gezegd kreeg hij weinig bijval uit de liberale hoek voor zijn anticommunistische standpunt. Onder andere zijn goede vriend Edgar Snow prees Mao als een 'agrarische hervormer'. Lin kon niet begrijpen wat er progressief en liberaal was aan het destructieve beleid van Mao. Ondertussen werden warme gevoelens voor de Chinese cultuur als reactionair en feodaal beschouwd.


Lin had een oprechte belangstelling voor de Chinese traditie en daarom was het zuur dat zelfs oude literaire vrienden, zoals Lao She en Zhou Zuoren, zich vanuit China tegen hem keerde. Lin moest wel constateren dat de tijden waren veranderd. En dat klopte, want de Koude Oorlog was begonnen.


Gezien de felheid waarmee de linkse aanhang hem bestookte en bovenal de intolerantie ten aanzien van zijn humor (Lin nam komedie heel serieus) verkoos hij het corrupte, autoritaire paternalisme van Chiang Kai-shek boven het totalitarisme dat de communisten predikten.


Dit wil niet zeggen dat Lin kritiekloos tegenover de Nationalistische regering stond, want nog altijd was hij de recalcitrante intellectueel, de luis in de pels die met zijn humor het wereldgebeuren beschreef.

Na de eerste ontmoeting met Chiang in 1943 zou nog een aantal ontmoetingen volgen, waarbij hij suggesties deed voor hervormingen en voorzichtig het temperament van de dictator testte.


Standbeeld Chiang Kai-shek - ©Alex van Egmond
Standbeeld Chiang Kai-shek - ©Alex van Egmond

In 1954 greep Lin de kans aan om president te worden van de nieuw opgerichte Nanyang universiteit in Singapore, maar ook daar liet de lange arm van de communistische partij hem niet met rust, althans dat vermoedde hij. Singapore stond toentertijd onder Brits gezag en de Britten vochten al acht jaar tegen de Maoïstische guerrillagroep Emergency, waardoor de situatie erg instabiel was.


Lin stelde de universiteit voor als een haven van vrijheid en onafhankelijk denken, maar na aanstelling werd hij al snel tegengewerkt door de universiteitsraad, die hem aanmaande om te vertrekken. In de lokale pers verschenen artikelen waarin hij werd beschuldigd van verduistering van het universiteits-budget. Ook werd gesuggereerd dat hij een Amerikaanse agent zou zijn. Bovendien kregen Lin en zijn gezin vele doodsbedreigingen, waarna hij moest worden beveiligd door bodyguards.


Een 'luxe' die hij in het Shanghai van de jaren twintig en dertig nooit had genoten. Aangezien de universiteitsraad hem op alle vlakken dwars zat, verliet hij de positie een jaar later en keerde met zijn gezin terug naar New York. In het artikel voor Life Magazine How Red Terror wrecked my University schreef hij over zijn kortstondige aanstelling en zijn vermoedens.


Volgens Lin had Beijing bevolen 'Lin moet gaan!'. Daarbij speelde Beijing in op de onrust onder Singaporese zakenlui, want een communistische overname in de stadstaat was zeer wel mogelijk .


Heimwee

Zo gingen de jaren vijftig voorbij, waarin Lin veel belangstelling toonde voor de Koude Oorlog. Hij observeerde en becommentarieerde de ontwikkelingen op de voet, vooral de spanningen in de Straat van Taiwan, waar Lin’s geboortegrond, de provincie Fujian, in de frontlinie lag.


Jinmen (Kinmen)
Jinmen eiland (Kinmen), uitzicht op China - ©Alex van Egmond

De eilanden Quemoy en Matsu, die voor de kust lagen, werden in 1954 en 1958 gebombardeerd door de communisten. Zijn overpeinzingen verwerkte hij in The Secret Name (1958), dat een oproep bevat aan de vrije wereld om zich te verdedigen. Het boek kan worden gelezen als een afrekening met het communisme.


Onderwijl maakte Lin kennis met nieuwe vrienden, zoals Jawaharlal Nehru (1889-1964), de eerste minister-president van Indië en de Britse filosoof Bertrand Russell (1872-1970), die in 1950 aan de haal ging met de Nobelprijs voor de Literatuur, waar Lin ook voor was genomineerd .


Ter promotie van de Spaanse vertaling van My Country and My People (1935) reisde hij in 1962 naar Latijns-Amerika en gaf een reeks lezingen in in totaal zes landen, waarin hij onder andere sprak over Chinese revoluties en de Koude Oorlog. Zijn ontvangst in Latijns-Amerika was hartelijk en trok veel publiek. Dit stond echter in schril contrast met zijn geslonken populariteit in de Verenigde Staten.


Lin voelde zich steeds minder thuis in Amerika en meer en meer dwaalde zijn gedachten af naar de bergen rond zijn geboortedorp in Fujian. Het is bekend dat hij altijd een foto bij zich droeg van die bergen uit zijn jeugd. In 1966, na dertig jaar in de Verenigde Staten te hebben gewoond, vertrok Lin met zijn vrouw naar Taiwan.


De terugkeer van de 'Meester van de humor' was een groot evenement dat uitgebreid werd belicht in de lokale media.

Voor zijn terugkeer had Lin bedongen dat zijn werk uit het verleden en eventuele toekomstige titels onder geen beding mochten worden gecensureerd en dat hij de vrijheid had om zijn mening te uiten in het openbaar.


Lin Yutang House
Lin Yutang House, Taipei - ©Alex van Egmond

Het echtpaar ging wonen in de heuvels van Yangmingshan, dichtbij Taipei in een villa die Lin zelf ontworpen had. De villa, een combinatie van Chinese architectuur en Spaanse elementen, was een geschenk van Chiang Kai-shek. Daar voltooide Lin de samenstelling van Chinese-English Dictionary of Modern Use, zijn laatste werk dat in 1972 verscheen.




Boodschap

Ook op hoge leeftijd bleef Lin zich inzetten voor culturele uitwisseling en begrip tussen het Oosten en het Westen, maar zoals gezegd viel bruggen bouwen niet mee in de Koude Oorlog. Dogmatisme en fanatisme hadden wel degelijk postgevat in het China onder Mao Zedong en de wereld was verdeeld in twee kampen.


Verzoening leek een hopeloze missie; de opgebroken vriendschappen, de onmogelijkheid om zijn geboortegrond te bezoeken en de onoverbrugbare kloof tussen de grootmachten, moeten Lin zwaar gevallen zijn. Toch behield hij zijn optimisme en bleef hij doorzetten. Dit alles in dienst van China.


Lin meende dat het Westen China's inbreng en plaats in de menselijke beschaving moest gaan erkennen. 'China kan leren van haar fouten, zich zo doen gelden en de rechtmatige positie in de moderne wereld aanvaarden', liet hij regelmatig weten in interviews.


Een boodschap waar zelfs de communisten achter kunnen staan, want nog steeds wordt dit stokpaardje van stal gehaald om nationale gevoelens op te stoken als de internationale zaken niet gaan zoals Beijing wil. Het past bij de groteske visie van Xi Jinping; na de 'Eeuw van vernedering' wordt China's wereldmacht weer hersteld.


Lin Yutang maakte deze gebeurtenissen niet meer mee. Na het avondeten nam hij vaak plaats in zijn rotan stoel op het balkon, lurkte wat van zijn onafscheidelijke pijp, en keek hij uit over de heuvels van Yangmingshan, waar de zon langzaam onderging. De heimwee naar de bergen uit zijn jeugd zal er niet minder om geworden zijn. Toch, genoot hij met overgave van elk uur op aarde.


Lin Yutang House
Lin Yutang House, Taipei - ©Alex van Egmond

Hij was van mening dat elk individu moet streven naar redelijkheid en in de zoektocht naar de waarheid zijn of haar tekortkomingen zal moeten erkennen, want alleen zo konden extremen worden voorkomen. Deze levensmissie was een hoogst individuele aangelegenheid.


In On the Wisdom of America (1950) schrijft Lin:


'Het leven heeft geen waarde, behalve wat je verkiest ervan te maken en er is geen geluk waar dan ook, behalve hetgeen je zelf meebrengt'.

※※※


Denken

Lin Yutang behoorde samen met coryfeeën Lu Xun, Chen Duxiu, Hu Shi en andere Chinese denkers tot de generatie van de Nieuwe Cultuurbeweging die zich keerden tegen de Chinese traditie, waarbij met name Confucius het moest ontgelden.


Lin nam echter een unieke positie in, omdat hij zich niet inliet met de toenmalige politieke trend en het woord revolutie niet in de mond nam. Hij stond noch conservatief, noch radicaal tegenover de Chinese traditie en grandiose nationale problemen stonden niet op zijn agenda.


In plaats daarvan ging hij uit van een humanistisch standpunt. Hij had oprechte bewondering voor de Chinese traditie en hij voelde zich in die traditie prima thuis. De kern van zijn filosofie was juist genieten van het leven. In The Importance of Living (1937) werkte hij zijn visie gedetailleerd uit.


Lin verloochende zijn Chinese afkomst niet en begon zijn boek prominent met een citaat van Confucius:


'Het is niet de waarheid die de mens groot maakt, maar de mens die de waarheid groot maakt'.


Daarna stelt hij een 'verstandige, vrolijke filosofie' voor, want de wereld is te ernstig. 'De moderne mens', schrijft hij, 'vat het leven veel te ernstig op, en omdat hij zelf te ernstig is, zit de wereld vol moeilijkheden'.


Genieten kan van je huiselijke omgeving, de natuur, de kunst, het leven, reizen en bovenal van eten. Lin beschrijft op prachtige wijze hoe voedsel 'de vreugde van het leven' is en weet de Chinese achterstand in de wetenschap terug te brengen tot het volgende:


'[D]e reden, waarom de Chinezen de plant-en dierkunde niet tot ontwikkeling hebben gebracht, is, dat de Chinese geleerde niet koel en onaandoenlijk naar een vis kan kijken, zonder dadelijk erbij te denken, hoe die wel zou smaken en dat hij hem wel zou willen opeten'.


Met veel gevoel voor humor citeert Lin Chinese én westerse denkers om duidelijk te maken dat de menselijke feilbaarheid juist kleur geeft aan het leven. Lin's inbreng is dat humor het denken voedt doordat het leidt tot eenvoud, waardoor de humorist in tegenstelling tot de theoreticus een nauwere verbinding met de werkelijkheid heeft:


'Elke vorm van pose, schijn, geleerden onzin, academische domheid en sociale bluf wordt beleefd, maar niettemin nadrukkelijk de deur gewezen. De mens wordt wijs doordat hij een fijn onderscheidingsvermogen krijgt en geestig wordt'.


Lin's theoretische voorbeeld in deze was An Essay on Comedy, and the Uses of the Comic Spirit (1877) van de Engelse schrijver/dichter George Meredith (1828-1909). Net als Meredith zag Lin in komedie de 'ultieme beschaver', die de plooien van onredelijkheid in een maatschappij kon gladstrijken.


Kortom, zijn levensfilosofie was een pleidooi om redelijk te denken, wars van dogmatisme en fanatisme en hij meende dat dit het beste was dat China de westerse wereld kon bieden.



Anti-revolutionair

Begin jaren dertig richtte Lin het periodiek Lunyu op (een verwijzing naar de Gesprekken van Confucius), waarin hij en andere auteurs zich bezighielden met komedie als een antigif tegen intolerantie en onredelijkheid.


Het literaire genre waar ze zich van bedienden was het essay (Xiǎopǐnwén, 小品文), dat in de Ming-dynastie populariteit genoot.


Laoshe (1899-1966), bekend van zijn latere roman De riksjarenner (1939), kreeg via Lin een podium voor zijn literaire talent en schreef met dezelfde komische ondertoon. Al in 1933 zette Lu Xun de toon toen hij het genre aanviel en het 'brocante voor de bourgeoisie' noemde, maar hij behield zijn vriendschap met Lin.


In de opvolgende jaren werden de aanvallen vanuit linkse hoek feller en beter georganiseerd. Lins pleidooi voor persoonlijke vrijheid, zelfexpressie en gebruik van komedie als literair middel werden in het licht van de revolutie als 'escapisme' gezien en dus anti-revolutionair.


Na 1949 bestempelde de CCP zijn persoon en zijn werk taboe in China. Het contact met Laoshe, Zhou Zuoren en andere literaire vrienden uit de Yu Si-tijd werd verbroken. Exemplarisch is ook een foto uit 1933 waarop George Bernhard Shaw, Agnes Smedley, Harold Isaacs, Song Qinglin, Lu Xun, Cai Yuanpei en Lin Yutang staan.


In communistisch China was de foto gemanipuleerd, zodat Cai Yuanpei, die in ongenade viel, en Lin Yutang verdwenen. De Amerikaanse journalist Harold Isaacs kwam hier achter toen hij vijf decennia later China opnieuw bezocht en de foto zo afgedrukt zag staan.



In de jaren tachtig veranderde het politieke klimaat in China en werd de voormalige 'bourgeoisie schrijver' herontdekt. Hoewel er van rehabilitatie geen sprake was, durfden veel Chinese academici het aan om Lin Yutang's rol in de moderne Chinese geschiedenis te bespreken.


In 2011 vond in Hongkong een internationaal congres plaats over de cross-culturele nalatenschap van Lin Yutang, waarbij ook academici uit China aanwezig waren. De organisator van de conferentie, professor Dr. Qian Suoqiao van de City University Hongkong, is momenteel bezig met een gedegen biografie, waarmee Lin hopelijk uit de vergetelheid kan worden gehaald.



Familieman

Terwijl Lin in Shanghai studeerde aan Sint's John Universiteit, ontmoette hij via een bemiddelaar zijn levensgezel Liao Cuifeng, eveneens afkomstig uit Fujian. De twee trouwden in 1919, hoewel ze eigenlijk tegenpolen waren. Lin hield bijvoorbeeld van praten en sporten, terwijl Cuifeng introvert was en van rust hield.


Toch zou hun huwelijk een levenlang stand houden, aangezien de partners elkaar in waarde lieten en de eigen onvolkomendheden accepteerden. Opvallend genoeg heeft Lin veel geschreven over huwelijk en relaties. Zo schrijft hij in My Country and My People (1935) dat het huwelijk net zo gebrekkig is als de menselijke aard en hij citeert Confucius die gezegd zou hebben:


'Logisch gezien moet een man niet trouwen, maar praktisch gezien wel'.


Cuifeng, zelf een overtuigd christen, zou later een grote rol spelen in Lin's terugkeer tot het christelijke geloof. Lin zei hierover: 'Ik bewonderde stiekem de toewijding in haar, wat ze gelooft is in essentie ingetogenheid'. Het huwelijk bracht drie dochters voort, Rusi (Adet, 1923-1971), Taiyi (Anor, 1926-2003) en Xiangru (Meimei, 1931).


Het familieleven ervoer Lin als het grootste geluk dat een huwelijk kon voortbrengen. In The Importance of Living (1937) schrijft hij:


'De beloning van politieke, literaire en artistieke prestaties produceert voor de intellectueel alleen een matig glimlachje, terwijl de beloning van je kinderen zien opgroeien sprakeloos en onmetelijk wezelijk is'.


De dochters bezaten ook het schrijverstalent van hun vader en hebben carrière gemaakt als auteur. Lin's eerste dochter, Rusi, schreef in het Engels onder het pseudoniem Tan Yun. Ze raakte in een diepe depressie na een tragische relatie en pleegde zelfmoord in 1971.


Deze trieste familiecrisis deed de gezondheid van de bejaarde Lin geen goed. Artsen constateerde een hoge bloeddruk en hij kreeg meerdere keren een hartaanval, waarvan de laatste uiteindelijk fataal.


Lin Yutang House
Lin Yutang House, Taipei met het graf van Lin Yutang in de tuin - ©Alex van Egmond

※※※

Opmerkingen


Abonneer om op de hoogte te blijven van updates

Bedankt voor het abonneren

© 2024 door Halte Oost | Stopover East. Powered and secured by Wix

bottom of page