
Alex van Egmond
12 okt 2024
Boekrecensie van Tonio Andrade: Het laatste gezantschap : De Nederlandse missie van 1795 en de westerse betrekkingen met China
Sinoloog en hoogleraar Tonio Andrade verkreeg eerder bekendheid met The Gunpowder Age, over de militaire opkomst van China en De val van Formosa, over de Chinese overwinning op VOC in de zeventiende eeuw. De aanstekelijke verteltrant die hij in die boeken hanteert, neemt hij mee naar het verhaal over de Nederlandse missie naar het hof van keizer Qianlong.
Om het jubileum van zijn zestigste regeringsjaar in 1795 bij te wonen, vertrokken twee Hollanders uit Kanton op een diplomatieke vriendschapsmissie. Ze hadden een vertaalde brief bij zich van het VOC bestuur in Batavia, alsook een stel hoogwaardige klokken om de oude keizer cadeau te geven.
Aangezien haast geboden was, reisden Isaac Titsingh en Andreas van Braam Houckgeest tijdens de wintermaanden naar het hof in Peking. In een moordend tempo van vijftig kilometer per dag wordt de barre tocht in minder dan zeven weken volbracht. Titsing (1745-1812) had als vertegenwoordiger van de VOC in Japan en de Bengalen (India) al de nodige ervaring opgedaan in Oost-Azië en was het beste gekwalificeerd om de missie te leiden.
Van Braam-Houckgeest (1739-1801) was ten tijde van de diplomatieke missie directeur voor de VOC in Kanton. Hij kan omschreven worden als een avonturier die zijn geluk zocht waar het maar te vinden was. Een kans om het binnenland van China te ervaren, liet hij dus niet schieten.
Ondanks de nodige ervaring die de twee mannen hadden, bleek China van een geheel andere orde in zowel positieve als negatieve zin. Het gezelschap valt van de ene verbazing in de andere. Zo ontgaat Titsingh niet de technologische voorsprong die China heeft op het gebied van landbouw en waterhuishouding.
Hij observeert dat de dijken een aflopend profiel hebben aan de waterzijde, wat erosie sterk reduceert. Iets dat in de Republiek pas sinds enkele decennia wordt toegepast. De benutting van elke hectare landbouwgrond in Zuid-China, ondanks het ruige terrein, kan ook rekenen op bewondering van de Hollanders.
Voeg daarbij de prachtige uitzichten en elegante gebouwen die het gezelschap onderweg tegenkomt en een romantisch China komt naar voren. Gelukkig reist de Fransman Chrétien-Louis-Joseph de Guignes (1759–1845), de zoon van de beroemde oriëntalist Joseph de Guignes, mee als tolk.
Gedurende de missie relativeert hij de observaties van Titsingh en Van Braam-Houckgeest. Zijn cynische kijk op keizerlijk China zorgen voor een vrolijke noot in Andrade's verhaal, want vele ontberingen vergezellen de mannen op weg naar Peking.
Wanneer ze daar arriveren weet Andrade met veel gevoel voor detail het Manchu hof te beschrijven. De weinige courtisanes die het gezelschap krijgt te zien, dragen hun haar bijvoorbeeld hoog op met behulp van olifantenmest. Die mest is afkomstig van olifanten uit de tribuutstaten in het verre zuiden en legt een duizelingwekkende afstand af naar Peking.
De diplomatieke missie ten slotte is een succes: Titsingh en Van Braam weten de keizer te charmeren, maar hun inspanningen raken vergeten in het geweld van de Napoleontische oorlogen die uitbreken in Europa. Het is daarom fijn dat Andrade dit geweldige verhaal weer onder de aandacht brengt.
Enige minpuntje in dit voortreffelijke boek is het kaartenmateriaal dat soms niet aansluit bij waar het diplomatieke gezelschap zich op dat moment in het verhaal bevindt.
Tonio Andrade: Het laatste gezantschap : De Nederlandse missie van 1795 en de westerse betrekkingen met China. Querido. 478 pp. 2021. ISBN: 9789021430096.
Boek kopen: https://www.bol.com/nl/nl/p/het-laatste-gezantschap/9300000042356780/?suggestionType=featured_product